Rechtbank Oost-Brabant, 11-09-2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:4374, 361915 KG ZA 20-498
Rechtbank Oost-Brabant, 11-09-2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:4374, 361915 KG ZA 20-498
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 september 2020
- Datum publicatie
- 15 september 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2020:4374
- Zaaknummer
- 361915 KG ZA 20-498
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vordering tot meewerken opdrachtgever aan overnemen personeel contractcateraar in het kader van werk-naar-werk. Vordering afgewezen. Geen verplichting tot meewerken onder de gegeven omstandigheden. Nieuwe aanbesteding lijkt ook niet zinvol omdat er ivm corona nu nauwelijks werk is voor nieuwe opdrachtnemer.
Uitspraak
vonnis
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/361915 / KG ZA 20-498
Vonnis in kort geding van 11 september 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SODEXO B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaten mr. Y.A. Wehrmeijer en mr. L. van der Leij te Rotterdam,
tegen
de stichting
FONTYS,
gevestigd te Eindhoven,
gedaagde,
advocaten mr. S.C. Brackmann en mr. J.H.J. Bax te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Sodexo en Fontys genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding d.d. 21 augustus 2020 met 17 producties
- -
-
de akte overleggen producties van mr. Brackmann d.d. 27 augustus 2020 met 6 producties
- -
-
de brief van mr. Wehrmeijer van 27 augustus 2020 met producties 18 tot en met 22
- -
-
de mondelinge behandeling via Skype op 28 augustus 2020
- -
-
de pleitaantekeningen van mr. Wehrmeijer en mr. Van der Leij
- -
-
de pleitnota van mr. Brackmann.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Sodexo drijft een onderneming die zich bezighoudt met cateringservices en facilitaire dienstverlening. Sodexo is onderdeel van het Sodexo-concern.
Fontys is een onderwijsinstelling en biedt hbo-onderwijs aan op diverse locaties in Nederland.
In 2017 heeft Fontys een opdracht tot het verzorgen van contractcatering op haar locaties aanbesteed.
Sodexo heeft ingeschreven op de aanbesteding. Sodexo verzorgde al sinds 2010 de contractcatering voor Fontys.
Fontys heeft de opdracht aan Sodexo gegund.
Tussen partijen is vervolgens de overeenkomst “Eten en Drinken” tot stand gekomen (hierna te noemen: de overeenkomst).
Ingangsdatum van de overeenkomst is 1 augustus 2017. De overeenkomst heeft een looptijd van 8 jaar en eindigt van rechtswege op 31 juli 2025, met de mogelijkheid voor Fontys om de overeenkomst met twee jaar te verlengen.
De Nota(‘s) van Inlichtingen, het Aanbestedingsdocument, de Algemene Inkoopvoorwaarden van Fontys en de inschrijving van Sodexo maken deel uit van de overeenkomst.
In het Aanbestedingsdocument is onder meer het volgende opgenomen:
“5.5. Code verantwoord marktgedrag
Fontys heeft de Code Verantwoordelijk Marktgedrag voor de schoonmaakbranche ondertekend die sinds 1-5-2014 ook van toepassing is op de cateringbranche. Door ondertekening van deze code onderschrijven Opdrachtgevers, werkgevers en werknemers de visie en uitgangspunten voor verantwoordelijk marktgedrag. Fontys verwacht dat de Inschrijver zich ook conformeert aan de Code.”
In nr. 46 van de Nota van Inlichtingen van 16 maart 2017 is de volgende vraag opgenomen:
“Art 3.1: Kunt u bevestigen dat bij contracteinde de door u getekende Code Verantwoordelijk Marktgedrag – indien nog van toepassing – zal worden nageleefd? Zodanig dat het betrokken personeel conform het van “werk naar werk”- principe zullen overgaan?
Fontys beantwoordt die vraag met “Ja”.
In artikel 4.1. van de overeenkomst en artikel 18 van de Algemene Inkoopvoorwaarden is voor Fontys een bevoegdheid tot opzegging van de overeenkomst opgenomen. De bevoegdheid is wederkerig gemaakt, zodat ook Sodexo de bevoegdheid heeft om de overeenkomst op te zeggen.
De uitvoering van de opdracht verliep niet zonder problemen. Fontys heeft zich bij Sodexo beklaagd over de in haar ogen ondermaatse dienstverlening, terwijl de opdracht voor Sodexo van meet af aan verlieslatend was.
Partijen hebben diverse malen overleg gehad met elkaar in een poging de problemen in de exploitatie op te lossen.
Sodexo heeft in dat kader ook een interventieplan opgesteld.
In verband met de coronamaatregelen die door de Rijksoverheid in maart 2020 zijn getroffen, heeft Fontys haar gebouwen met onmiddellijke ingang gesloten. Fontys heeft Fontys bij e-mail van 20 maart 2020 de gelegenheid geboden om haar zaken uit de gebouwen van Fontys te verwijderen.
Sodexo heeft op 23 april 2020 een e-mail gestuurd aan Fontys met een aantal voorwaarden die voor Sodexo nodig zijn om tot een gezonde exploitatie te komen. Tot de door Sodexo genoemde voorwaarden behoren onder meer het vervallen van de verplichting van Sodexo om aan Fontys pacht te betalen en het overnemen van een investering door Fontys van Sodexo ter waarde van € 440.000,--.
Fontys heeft daarop gereageerd bij brief van 8 mei 2020. Fontys geeft in de brief aan dat zij slechts met Sodexo in gesprek wil gaan als Sodexo volledige openheid geeft over haar cijfers. Die voorwaarde zou zij eerder ook al hebben gesteld en zou niet worden gegeven in de e-mail van 23 april 2020. Fontys vraagt Sodexo daarom alsnog uiterlijk 14 mei 2020 een transparante financiële onderbouwing te geven.
Partijen zijn het vervolgens niet eens geworden over een financiële afwikkeling.
Bij brief/e-mail van 18 juni 2020 heeft Sodexo de overeenkomst opgezegd per 1 september 2020. In de brief/e-mail geeft Sodexo aan dat zij verwacht dat:
-
Fontys de contracten gekoppeld aan de dienstverlening van Sodexo onverkort overneemt of laat overnemen door de nieuwe contractcateraar per 1 september 2020;
-
Fontys de investeringen van Sodexo in activa ten behoeve van het cateringcontract onverkort overneemt of laat overnemen door de nieuwe contractcateraar per 1 september 2020;
-
Fontys het personeel laat overnemen door de nieuwe dienstverlener per 1 september 2020.
Bij brief van 22 juni 2020 heeft Fontys aan Sodexo bericht dat zij overleg wenst over de opzegtermijn en de door Sodexo uitgesproken verwachtingen.
Op 29 juni 2020 heeft overleg plaatsgevonden tussen partijen.
Bij brief van 29 juni 2020 heeft Fontys aan Sodexo bericht dat zij de opzegging van de overeenkomst per 1 september 2020 heeft geaccepteerd en dat nader overleg zal plaatsvinden over de door Sodexo genoemde verwachtingen.
Sodexo heeft vervolgens bij brief van 30 juni 2020 aan Fontys bericht dat de drie door haar genoemde voorwaarden onlosmakelijk verbonden zijn aan de opzegging van de overeenkomst en partijen het daarover eerst eens moeten worden voordat sprake kan zijn van beëindiging van de overeenkomst.
Bij brief van 3 juli 2020 heeft Fontys betwist dat de voorwaarden een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opzegging van de overeenkomst. Fontys stelt daarnaast dat acceptatie van de voorwaarden door Fontys niet nodig is voor een geldige opzegging van de overeenkomst door Sodexo en dat de overeenkomst dus per 1 september 2020 eindigt. Fontys verzoekt Sodexo nadere informatie te verstrekken om te kunnen beoordelen of Fontys aanleiding ziet om een vergoeding aan Sodexo te betalen.
Bij brief van 10 juli 2020 stelt Sodexo zich op het standpunt dat Fontys verplicht is om ervoor te zorgen dat het personeel van Sodexo vanaf de beëindigingsdatum van de overeenkomst is ondergebracht bij een nieuwe opdrachtnemer. Daarnaast stelt Sodexo dat Fontys de schade die Sodexo lijdt als gevolg van het sluiten van de locaties door Fontys moet vergoeden. Sodexo sommeert Fontys in de brief om een aanbestedingsprocedure voor te bereiden en uit te voeren zodat per 1 september 2020 een nieuwe opdrachtnemer kan worden aangesteld die het personeel van Sodexo overneemt. Tevens sommeert Sodexo Fontys om de door Sodexo geleden schade te vergoeden.
Bij brief van 14 juli 2020 heeft Fontys aan Sodexo bericht dat zij geen grondslag ziet om aan de sommaties van Sodexo te voldoen.
Bij brief van haar advocaat van 15 juli 2020 heeft Sodexo haar eerder ingenomen standpunt herhaald. Zij doet in de brief een voortel tot mediation, onder de voorwaarde dat het mediationtraject voor 1 augustus 2020 zal zijn afgerond.
Bij brief van 17 juli 2020 heeft Fontys zich op het standpunt gesteld dat de gevolgen van de opzegging van de overeenkomst voor rekening en risico van Sodexo komen. Fontys wijst het voorstel tot mediation af, maar geeft aan wel bereid te zijn Sodexo een handreiking te doen waar het de pachtsom betreft.
Vervolgens is tussen de advocaten van partijen gecorrespondeerd teneinde overeenstemming te bereiken.
Bij brief van 31 juni 2020 van haar advocaat heeft Sodexo aan Fontys bericht dat zij in elk geval nog diezelfde week van Fontys de toezegging verlangt dat Fontys het werk-naar-werk-principe zal nakomen op de wijze zoals eerder aangegeven door Sodexo. Bij het uitblijven van die toezegging zou Sodexo een kort geding aanhangig maken.
Bij brief van 31 juli 2020 van haar advocaat heeft Fontys onder meer aan Sodexo bericht dat zij de verlangde toezegging niet zal geven.
Sodexo heeft vervolgens dit kort geding aanhangig gemaakt.
3 Het geschil
Sodexo vordert samengevat – om Fontys bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
te bevelen zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 7 dagen na het wijzen van dit vonnis de benodigde aanbestedingsprocedure uit te schrijven en onverwijld een nieuwe opdrachtnemer aan te stellen die het personeel van Sodexo dat werkzaam is bij Fontys, althans een deel daarvan, per 1 september 2020, althans uiterlijk 1 januari 2021, zal overnemen;
-
te bevelen dat wanneer 1 september 2020 er nog geen nieuwe opdrachtnemer is aangesteld door Fontys, Fontys de kosten van het personeel van Sodexo dat werkzaam is bij Fontys draagt door die kosten op maandbasis vooraf aan Sodexo ineens te voldoen, totdat de nieuwe opdrachtnemer uiterlijk per 1 januari 2021 is aangesteld en het personeel van Sodexo dat werkzaam is bij Fontys, althans een deel daarvan zal hebben overgenomen;
-
te veroordelen tot het betalen van een dwangsom van € 5.000,00, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, voor elke dag of gedeelte daarvan dat Fontys niet voldoet aan het onder 1. en/of 2. gevorderde;
-
te veroordelen on de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.
Sodexo legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.
Fontys is uit hoofde van de overeenkomst verplicht om ervoor te zorgen dat het personeel van Sodexo dat werkzaam was bij Fontys in het kader van werk-naar-werk wordt overgenomen door een nieuwe opdrachtnemer.
Indien die verplichting niet rechtstreeks uit de overeenkomst voortvloeit, dan is Fontys daartoe gehouden in het licht van de Code waarin het werk-naar-werk-principe is opgenomen. Fontys heeft zich uitdrukkelijk gecommitteerd aan de Code. Fontys heeft met het antwoord op de vraag in punt 46 van de Nota van Inlichtingen ook nog eens uitdrukkelijk toegezegd dat zij ervoor zal zorgen dat het personeel zal overgaan naar een nieuwe opdrachtnemer.
Fontys komt haar verplichtingen niet na. Zij weigert een aanbestedingsprocedure uit te schrijven om een nieuwe opdrachtnemer te vinden.
Daarmee handelt Fontys ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Indien Fontys niet verplicht zou zijn om ervoor te zorgen dat het personeel wordt overgenomen door een nieuwe opdrachtgever, dan dient de overeenkomst op grond van artikel 6:248 BW en/of artikel 6:258 BW en artikel 6:228 BW en 6:230 BW te worden aangepast. Fontys heeft door haar antwoord in de Nota van Inlichtingen namelijk bij Sodexo de verachting gewekt dat zij wel zou zorgen voor een overgang van het personeel. Het was voor Sodexo een belangrijke voorwaarde om in te schrijven.
Daarnaast heeft Fontys de uitvoering van de overeenkomst onmogelijk gemaakt door haar locaties te sluiten in verband met het coronavirus en schuift zij de gevolgen daarvan volledig af op Sodexo. Dat is onredelijk.
Door de opstelling van Fontys was Sodexo genoodzaakt de overeenkomst op te zeggen.
Omdat Fontys niet tijdig heeft gezorgd voor een nieuwe opdrachtnemer, dient Fontys in de tussentijd de kosten van het personeel van Sodexo te dragen.
De vorderingen van Sodexo zijn spoedeisend omdat Sodexo omdat de betrokken werknemers anders op straat komen te staan.
Fontys voert daartegen, zakelijk weergegeven, het volgende verweer.
Het ontbreekt Sodexo aan voldoende spoedeisend belang. Zij heeft de overeenkomst zelf opgezegd. Daarnaast heeft Sodexo te lang gewacht met het aanhangig maken van dit kort geding. Sodexo was al lang op de hoogte van het standpunt van Fontys en had daarom rekening moeten houden met de gevolgen van het opzeggen van de overeenkomst.
Fontys betwist dat zij verplicht is om een nieuwe aanbestedingsprocedure uit te schrijven. Daarvoor ontbreekt een grondslag. De Code bevat geen juridisch afdwingbare verplichtingen, maar is slechts een moreel appel. Er is in dit geval ook geen sprake van een contractswissel in de zin van artikel 10 lid 1 van de CAO omdat er geen nieuwe opdrachtnemer is gecontracteerd. De werknemers blijven dus in dienst van Sodexo.
De verplichting kan ook niet worden afgeleid uit de Nota van Inlichtingen. Met contracteinde wordt in punt 46 bedoeld het reguliere contracteinde en niet het voortijdig opzeggen van het contract door de opdrachtnemer. Dat geldt ook voor de Code.
Toewijzing van de vorderingen van Sodexo zou ook in strijd zijn met het beginsel van contractsvrijheid. Fontys kan niet tegen haar zin in worden gedwongen om een overeenkomst te sluiten met een nieuwe opdrachtnemer.
Het is ook feitelijk onmogelijk om binnen de door Sodexo gevorderde termijn een aanbestedingsprocedure afgerond te hebben. Dan zou zij in strijd moeten handelen met het aanbestedingsrecht.
De vordering tot het betalen van de personeelskosten door Fontys betreft in feite een geldvordering. Aan de vereisten voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is net voldaan. De omvang van de vordering is onbepaald, onvoldoende spoedeisend en Fontys loopt een aanzienlijk restitutierisico.