Home

Rechtbank Oost-Brabant, 14-09-2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:4375, 360461 KG ZA 20-407

Rechtbank Oost-Brabant, 14-09-2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:4375, 360461 KG ZA 20-407

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14 september 2020
Datum publicatie
17 september 2020
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2020:4375
Zaaknummer
360461 KG ZA 20-407

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbestedingsprocedure. Eiseres stelt de beoordeling van kwalitatieve criteria in de inschrijving ter discussie. Vooropgesteld wordt dat de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toekomt wanneer het aankomt op de beoordeling van een kwalitatief criterium. Geconcludeerd wordt dat eiseres nu niet achteraf voor het eerst kan klagen dat de wijze van beoordeling ondeugdelijk is. Eiseres heeft daarom haar recht om te klagen verwerkt. Voorts is in de beoordeling geen evidente misslag of een fout in de beoordeling gemaakt. De vorderingen van eiseres worden afgewezen

Uitspraak

vonnis

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/360461 / KG ZA 20-407

Vonnis in kort geding van 14 september 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. J.W.H. Raadgever te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HAAREN,

gevestigd te Haaren,

gedaagde,

advocaten mrs. E.E. Zeelenberg, T.E.P.A. Lam en A.M. Serra te Nijmegen.

in welke zaak is tussengekomen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[tussengekomen partij] ,

gevestigd te [woonplaats 2] ,

tussengekomen partij,

advocaten mrs. R.D. Chee en J. Haest te ’s-Gravenhage.

Partijen zullen hierna [eiseres] , de Gemeente en [tussengekomen partij] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

[eiseres] heeft de Gemeente op 13 juli 2020 in kort geding gedagvaard en gesteld en gevorderd zoals hierna is weergegeven.

1.2.

[tussengekomen partij] heeft met een incidentele conclusie verzocht om te mogen tussenkomen in dit geding. [eiseres] en de Gemeente hebben daartegen geen bezwaar gemaakt. Daarop heeft de voorzieningenrechter [tussengekomen partij] toegestaan te mogen tussenkomen.

1.3.

Het kort geding is via een Skypeverbinding op 26 augustus 2020 te 14.00 uur behandeld. Alle partijen hebben hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van pleitnota’s en producties.

1.4.

Na gevoerd debat hebben partijen vonnis gevraagd.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] houdt zich bezig met het aannemen en uitvoeren van grond-, straat-, riolering- en sloopwerken.

2.2.

De Gemeente is een aanbestedingsprocedure gestart met de inschrijvingsleidraad “Reconstructie Torenstraat en omgeving Helvoirt” voor de uitvoering van de herinrichting van de Torenstraat te Helvoirt (hierna te noemen: de leidraad). De werkzaamheden zien op het verwijderen van bestaand groen, verwijderen en aanbrengen van elementenverharding, grondwerk, rioleringswerk, verwijderen en aanbrengen van waterleiding, afvoer van vrijgekomen materialen, groeninrichting, verkeersmaatregelen en bijkomende werkzaamheden.

2.3.

Het betreft een onderhandse aanbesteding, conform het ARW 2016 en op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing.

2.4.

Volgens paragraaf 3.3. van de leidraad worden de inschrijvingen beoordeeld op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. De prijs weegt mee voor 30% en de kwaliteit voor 70%. Bij de beoordeling van de kwaliteit gelden de volgende gunningscriteria:

-

Criterium 1: Omgeving,

-

Criterium 2: Samenwerking Brabant Water,

-

Criterium 3: Duurzaamheid.

2.5.

Ten aanzien van de wens/doelstelling van subcriterium 1 “Omgeving” is in “paragraaf 3.3.2. Kwaliteit” van de leidraad het volgende opgenomen:

“De uit te voeren werkzaamheden bevinden zich in een belangrijke doorgaande route door Helvoirt. Er is sprake van veel diverse stakeholders.

De wens van de aanbestedende dienst is een optimaal werkproces waardoor werkvakken niet langer dan hoogst noodzakelijk afgesloten worden en stakeholders dus minimaal belast worden.”

2.6.

In diezelfde paragraaf van de leidraad is ten aanzien van de wens/doelstelling van subcriterium 2 “Samenwerking met Brabant Water” het volgende opgenomen:

“De aanbestedende dienst heeft de wens de werkzaamheden “civiel” en “nuts” optimaal op elkaar af te stemmen. Om deze reden heeft Brabant Water meegeschreven naar de uitvraag en zijn hun werkzaamheden geïntegreerd in het bestek. Doel hiervan is het voorkomen van alle soorten van stagnatie in de uitvoering.”

2.7.

[eiseres] heeft op 18 juni 2020 een inschrijving ingediend. Ook [tussengekomen partij] heeft op de aanbesteding ingeschreven.

2.8.

De Gemeente heeft [eiseres] bij brief van 1 juli 2020 bericht dat de inschrijving van [eiseres] in de beoordeling als tweede is geëindigd en voorts heeft de Gemeente [eiseres] gemeld dat zij voornemens is de opdracht aan [tussengekomen partij] te gunnen.

3 Het geschil

in de hoofdzaak:

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis in kort geding voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair:

1. de Gemeente te verbieden om tot gunning over te gaan aan [tussengekomen partij] ;

2. de Gemeente te gebieden om de opdracht aan [eiseres] te gunnen;

subsidiair:

3. de Gemeente te verbieden om de opdracht aan [tussengekomen partij] te gunnen;

4. de Gemeente te gebieden om de inschrijving van [tussengekomen partij] en [eiseres] opnieuw te beoordelen en naar aanleiding daarvan een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, voorzien van een deugdelijke onderbouwing en motivering;

II. waarbij elk gebod en verbod van dit petitum aan de Gemeente wordt opgelegd op straffe van een dwangsom van € 100.000,00;

III. de Gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] legt daaraan het volgende ten grondslag.

De Gemeente heeft [tussengekomen partij] ten onrechte teveel punten toegekend en aan [eiseres] zijn ten onrechte te weinig punten toegekend. Indien de inschrijving van [eiseres] op een correcte wijze was beoordeeld, had [eiseres] de aanbesteding ruimschoots gewonnen.

3.3.

De Gemeente en [tussengekomen partij] hebben verweer gevoerd.

3.4.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de tussenkomst:

3.5.

Nu het verzoek tussen te mogen komen, is toegestaan, resten slechts de volgende vorderingen van [tussengekomen partij] als tussenkomende partij:

I. [eiseres] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen van [eiseres] in de hoofdzaak af te wijzen;

II. de Gemeente te gebieden haar gunningvoornemen aan [tussengekomen partij] ongewijzigd te handhaven en tot uitvoering te brengen tenzij zij de opdracht niet langer zou willen gunnen alsmede [eiseres] te gebieden te gehengen en gedogen dat aan [tussengekomen partij] gegund zal worden;

III. [eiseres] en/of de Gemeente in de kosten van deze procedure te veroordelen.

3.6.

De gemeente voert geen verweer tegen de vorderingen van [tussengekomen partij] .

3.7.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing