Rechtbank Oost-Brabant, 09-01-2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:57, 7903239
Rechtbank Oost-Brabant, 09-01-2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:57, 7903239
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 9 januari 2020
- Datum publicatie
- 23 januari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2020:57
- Zaaknummer
- 7903239
Inhoudsindicatie
Huur bedrijfsruimte. Faillissement van gedaagde in 2010 in België. Gedaagde heeft het gehuurde verlaten. Het faillissement is in 2019 opgeheven. Zijn de gevorderde huurpenningen uit boedel voldaan? Is verjaring gestuit?
Uitspraak
vonnis
Civiel Recht
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 7903239 \ CV EXPL 19-6526
Vonnis van 9 januari 2020
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A.] B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
eiseres,
gemachtigde: mr. C.W.H.M. Uitdehaag,
t e g e n:
[M.] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, gemachtigde: mr. E.J.C. Asselbergs.
Partijen worden hierna genoemd “ [de B.V.] ” en “ [M.] ”.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 3 oktober 2019 en de daarin genoemde processtukken
-
de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 25 november 2019
-
de voor de mondelinge behandeling door [de B.V.] overgelegde stukken (producties 4 tot en met 23)
Tot slot is vonnis bepaald.
2 De feiten
[M.] huurde, eerst tezamen met de heer [S.] en later met zijn inmiddels overleden echtgenote mevrouw [Van der M.] , van [de B.V.] een horecapand aan [adres] te [plaats] . De huurprijs per maand bedroeg per 1 januari 2010 € 1.874,34.
[M.] en [Van der M.] handelden in een vennootschap onder firma, genaamd V.O.F. [B.] (hierna: [B.] ), waarin een horecaonderneming werd geëxploiteerd.
Bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel, zitting houdende te Turnhout, van 7 juli 2010 zijn [M.] , [Van der M.] en [B.] failliet verklaard. De huurovereenkomst is na datum faillissement voortgezet. [M.] heeft het gehuurde op enig moment verlaten. Het faillissement is in 2019 opgeheven.
3 De vordering en het verweer
[de B.V.] vordert (samengevat) veroordeling van [M.] tot betaling aan [de B.V.] van:
- -
-
een bedrag van € 59.446,84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 september 2018;
- -
-
een bedrag van € 8.917,03 exclusief btw, althans een bedrag van € 1.369,46 exclusief btw, althans een door de kantonrechter in goede justitie naar billijkheid te bepalen bedrag ter zake buitengerechtelijke incassokosten,
- -
-
de proces- en nakosten.
[de B.V.] legt hieraan – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag. In de periode vanaf augustus 2010 tot en met maart 2014 is een betalingsachterstand aan huurpenningen ontstaan van € 42.129,14. [de B.V.] heeft gedurende het faillissement haar vordering niet kunnen incasseren, maar nu het faillissement is opgeheven wenst [de B.V.] tot incasso over te gaan. Ondanks sommatie is [M.] niet tot betaling overgegaan. Op basis van de schriftelijke huurovereenkomst wordt tevens een boete van € 5.612,85 gevorderd en een bedrag van € 8.917,03 aan buitengerechtelijke incassokosten. Verder wordt aanspraak gemaakt op een bedrag van € 9.824,65 aan rente voor de periode vanaf 7 juli 2010 tot en met 6 september 2018. Op of omstreeks 16 maart 2014 heeft [M.] het gehuurde verlaten. Daarbij is een magazijndeur beschadigd geraakt en in verband met die schade wordt een bedrag van € 1.880,20 gevorderd.
[M.] voert – samengevat weergegeven – het volgende verweer.
-
[de B.V.] heeft haar vordering bij de Belgische curator ingediend. In januari 2019 is de volledige vordering voldaan, nu de failliete boedel een batig saldo kende. Het kan niet zo zijn dat [de B.V.] de huurpenningen die zij al ontvangen heeft thans weer wil incasseren. [de B.V.] dient dan ook niet-ontvankelijk verklaard te worden in haar vordering.
-
De vordering is verjaard.
-
De rente loopt niet door tijdens faillissement.
-
Er zijn geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd, nu voorafgaand aan de dagvaarding uitsluitend het exploot van 28 januari 2019 is ontvangen.
-
Over schade aan een magazijndeur is [M.] niets bekend.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.