Home

Rechtbank Oost-Brabant, 28-01-2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:294, 363416 / KG ZA 20-601

Rechtbank Oost-Brabant, 28-01-2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:294, 363416 / KG ZA 20-601

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28 januari 2021
Datum publicatie
3 februari 2021
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2021:294
Zaaknummer
363416 / KG ZA 20-601

Inhoudsindicatie

Kort geding. schorsing bestuurder vennootschap

Uitspraak

vonnis

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/363416 / KG ZA 20-601

Vonnis in kort geding van 28 januari 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] ,

gevestigd te [plaats 1] ,

eiseres,

advocaten mrs. J.J. Dingemans en F.L.A. Roosmale Nepveu te 's-Hertogenbosch,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde]

gevestigd te [plaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. C.A. Mascini te Breda.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 5 januari 2021 (abusievelijk staat op het exploot 5 januari 2020 vermeld) met 9 producties.

-

het herstelexploot van 5 januari 2021.

-

de brief van mr. Mascini van 11 januari 2021 met 10 producties.

-

de pleitnota van mr. J.J. Dingemans en mr. F.L.A. Roosmale Nepveu.

-

de pleitnotitie van mr. Mascini.

-

de mondelinge behandeling via Skype op 13 januari 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is de persoonlijke holding van mevrouw [eiser] (hierna te noemen: [eiser] ).

2.2.

[gedaagde] is de persoonlijke holding van de heer [gedaagde] (hierna te noemen: [gedaagde] ).

2.3.

[gedaagde] heeft in het verleden gewerkt bij Smartrepair B.V. (hierna te noemen: Smartrepair). Smartrepair hield zich bezig met de handel in refurbished elektronica (opgeknapte 2e hands elektronica).

2.4.

Bestuurder van Smartrepair was [A] (hierna te noemen: [A] ). [A] is de persoonlijke holding van de heer [A] (hierna te noemen: [A] ).

2.5.

In 2018 is Smartrepair in staat van faillissement verklaard.

2.6.

[gedaagde] en [A] hebben vervolgens op 18 december 2018 gezamenlijk de besloten vennootschap Unit17 B.V. (hierna te noemen: Unit17) opgericht. Ook Unit 17 is zich gaan bezighouden de handel in refurbished elektronica.

2.7.

Aanvankelijk hielden [A] en [gedaagde] ieder de helft van de aandelen in Unit 17. [gedaagde] werd benoemd tot enig bestuurder van Unit 17.

2.8.

Op 1 februari 2019 heeft [A] haar aandelen in Unit 17 overgedragen aan [eiser] . [eiser] is een schoonzus van [A] .

2.9.

[eiser] heeft aan [A] een volmacht verleend ter zake het uitoefenen van alle aan haar aandelen verbonden rechten, waaronder, maar niet beperkt tot, het uitoefenen van stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders. [A] (Beheer) bleef zodoende actief betrokken bij Unit17.

2.10.

Er is aanvankelijk ook een concept-aandeelhoudersovereenkomst opgemaakt, maar die is nooit namens [gedaagde] ondertekend.

2.11.

De taken binnen Unit17 waren aldus verdeeld dat [A] de administratie van Unit17 verzorgde en [gedaagde] zich voornamelijk bezighield met de in- en verkoop.

2.12.

Begin 2019 zijn [A] en [gedaagde] benaderd door [B] (hierna te noemen: [B] ) om de komen werken voor Minpex B.V. (hierna te noemen: Minpex). Minpex hield zich net als Unit17 bezig met de handel in refurbished elektronica. Eén van de bestuurders van Minpex is [B] (hierna te noemen: [B] ), de persoonlijke holding van [B] .

2.13.

Vanaf mei 2019 hebben [A] en [gedaagde] hun werkzaamheden voornamelijk verricht vanuit Minpex. De werkzaamheden binnen Unit17 kwamen als gevolg daarvan (nagenoeg) stil te liggen.

2.14.

[B] is zich in samenwerking met een aantal andere partijen, waaronder in elk geval DAW Beheer B.V., [C] en J+J Management B.V., (hierna gezamenlijk aangeduid met: “de Samenwerkingspartners”) in maart 2020, na het uitbreken van de corona-crisis, gaan richten op de handel in mondkapjes waarbij mondkapjes werden geïmporteerd uit (met name) China om te worden verkocht op de Europese markt.

2.15.

[gedaagde] heeft er op verzoek van [B] mee ingestemd dat de handel in mondkapjes via Unit17 zou verlopen. Dat was interessant voor [B] en de Samenwerkingspartners omdat Unit17 beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 23 Wet Omzetbelasting 1968. De houder van een dergelijke vergunning hoeft de BTW over ingevoerde goederen van buiten de EU pas af te dragen als die goederen zijn doorverkocht.

2.16.

Afgesproken werd dat Unit17 een vergoeding zou ontvangen van € 0,02 per verkocht medisch hulpmiddel, waaronder dus mondkapjes.

2.17.

Afgesproken werd tevens dat [A] de administratie zou verzorgen. Op verzoek van [gedaagde] keek VDG daarbij mee als boekhouder.

2.18.

Er werd door [gedaagde] een aparte bankrekening geopend bij de Rabobank (hierna aan te duiden als de separate bankrekening) op naam van Unit17 om specifiek deze handel in mondkapjes te faciliteren. [A] beschikte over de bankpas die behoorde bij die bankrekening en kon aldus ook over de rekening beschikken

2.19.

In mei 2020 is [gedaagde] benaderd door [B] met de mededeling dat de behaalde marges op de mondkapjes tegenvielen. Afgesproken werd dat [gedaagde] een vergoeding van € 50.000,-- ineens zou ontvangen. Het was de bedoeling van partijen dat over nadere (toekomstige) vergoedingen later nog afspraken worden gemaakt.

2.20.

Het bedrag van € 50.000,-- is vanaf de separate bankrekening van Unit17 aan [gedaagde] betaald met als omschrijving “managementfee”.

2.21.

Medio september 2020 heeft [gedaagde] geconstateerd dat er in zeer korte tijd grote geldbedragen (in orde van grootte van vele miljoenen euro’s) vanaf de separate bankrekening van Unit 17 werden overgeboekt naar aan [A] en [B] gelieerde vennootschappen.

2.22.

[gedaagde] heeft na constatering van deze betalingen de separate bankrekening van Unit17 laten blokkeren.

2.23.

[gedaagde] heeft vervolgens het saldo van de bankrekening, ruim € 230.000,--, overgemaakt naar een bankrekening op naam van [gedaagde] in privé.

2.24.

Unit17 heeft voorts conservatoir verhaalsbeslag gelegd ten laste van [B] en de hierboven genoemde Samenwerkingspartners en ten laste van [A] en [A] .

2.25.

Op 9 oktober 2020 heeft Unit17 [A] , [B] en genoemde Samenwerkingspartners gedagvaard in een bodemprocedure. Unit17 vordert in die procedure (terug-)betaling van aanzienlijke geldbedragen (miljoenen euro’s) die eerder vanaf de separate rekening van Unit 17 zijn overgeboekt naar deze partijen. Unit17 wordt in die procedure bijgestaan door advocatenkantoor Van Gelder uit [plaats 3] .

2.26.

Unit17 heeft facturen van [E] voldaan vanaf de separate bankrekening van Unit17.

2.27.

De belastingdienst is inmiddels bezig met een boekenonderzoek bij Unit17 over het tweede en derde kwartaal 2020. De Belastingdienst heeft in dat kader om nadere informatie verzocht. Op 20 januari 2021 stond een afspraak gepland voor een vervolgbespreking.

2.28.

Op 7 januari 2021 heeft gerechtsdeurwaarder [D] een proces-verbaal opgemaakt waarin zij verklaart te hebben geconstateerd dat [gedaagde] vanaf zijn privébankrekening per valutadatum 27 respectievelijk 29 oktober 2020 een bedrag van in totaal ruim € 230.000,-- heeft overgeboekt naar de separate bankrekening van Unit17.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat – om bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [gedaagde] te schorsen als statutair bestuurder van Unit17 voor de duur en onder de voorwaarden die de voorzieningenrechter geraden acht;

  2. [gedaagde] te verbieden gedurende de schorsing bestuurshandelingen te verrichten;

  3. [A] te benoemen tot bestuurder zolang de schorsing van [gedaagde] voortduurt;

  4. [gedaagde] te veroordelen om, voor zover dat nog niet is gebeurd, aan [A] over te dragen:

- de bankpassen/creditcards van Unit17 met bijbehorende pincode;

- de administratie van Unit17

- alle andere benodigdheden om de bestuurstaken van Unit 17 te kunnen uitvoeren;

alles op straffe van een dwangsom van € 50.000,-- per dag voor iedere overtreding, tot een maximum van € 25.000.000,--;

[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.

3.2.

[eiser] legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.

Van [eiser] kan niet worden gevergd dat zij nog langer duldt dat [gedaagde] bestuurstaken uitvoert voor Unit17. [gedaagde] heeft er blijk van gegeven de belangen van Unit17 en haar mede-aandeelhouder [eiser] grovelijk te schenden of te verwaarlozen ten guste van haar eigen belang.

[gedaagde] heeft door het blokkeren van de bankrekening van Unit17 en het leggen van de beslagen de handel in mondkapjes vanuit Unit17 feitelijk geblokkeerd. Daardoor kan Unit17 jegens de afnemers niet meer voldoen aan haar verplichtingen.

Daarnaast heeft [gedaagde] gelden onttrokken van de geblokkeerde bankrekening van Unit17. Zij heeft een bedrag van € 230.000,-- over gemaakt naar de privébankrekening van [gedaagde] en daarnaast is een bedrag van in totaal € 70.000,-- van de bankrekening overgemaakt naar [E] . Het geld op die bankrekening komt toe aan [B] en de Samenwerkingspartners.

[gedaagde] heeft er ook blijk van gegeven dat zij in strijd met haar wettelijke taak als enig bestuurder van Unit17 geen inzicht heeft in de administratie van Unit17.

[eiser] heeft geen minder ingrijpende middelen voor handen dan schorsing van [gedaagde] als bestuurder te vorderen. Omdat [eiser] en [gedaagde] als aandeelhouders ieder evenveel stemrecht hebben kunnen tijdens een algemene vergadering van aandeelhouders geen besluiten worden genomen met de vereiste meerderheid van stemmen. Er is een patstelling ontstaan die moet worden doorbroken.

3.3.

[gedaagde] voert daartegen, zakelijk weergegeven, het volgende verweer.

[gedaagde] betwist het spoedeisend belang aan de zijde van [eiser] . [eiser] had al lang een procedure bij de Ondernemingskamer aanhangig kunnen maken en in die procedure om een voorlopige voorziening kunnen vragen.

Er is geen grond om [gedaagde] te schorsen als bestuurder van Unit17. Van onbehoorlijk bestuur is geen sprake. De meeste verwijten die [eiser] maakt zijn door haar niet onderbouwd. [gedaagde] heeft juist in het belang van Unit17 gehandeld. In september 2020 heeft [gedaagde] geconstateerd dat er zonder duidelijke grondslag in korte tijd grote bedragen van de bankrekening van Unit17 werden overgeboekt naar partijen die zij niet kende maar die gelieerd bleken aan [A] en/of [B] . [gedaagde] heeft toen in het belang van Unit17 de bankrekening laten blokkeren en het nog op de separate bankrekening aanwezige saldo veilig gesteld door dit over te boeken naar de privérekening van [gedaagde] . Van een onrechtmatige onttrekking is geen sprake. [gedaagde] heeft het bedrag inmiddels ook al lang weer teruggestort op de bankrekening van Unit17.

Voor de betalingen aan [E] bestond een juridische grondslag, namelijk een overeenkomst van opdracht tussen dit advocatenkantoor en Unit 17. Van onrechtmatige onttrekkingen is dus ook in dat geval geen sprake.

De beslagen zijn ook in het belang van Unit17 gelegd. Daarmee is getracht om de verhaalsmogelijkheden van de overgeboekte gelden voor Unit17 zoveel mogelijk veilig te stellen zolang de grondslagen voor de overboekingen niet zijn opgehelderd.

[gedaagde] had niet eerder in de gaten wat er gaande was omdat [A] de administratie van Unit17 verzorgde. Aan sommaties door [gedaagde] om inzicht te geven in de administratie is geen althans onvoldoende gehoor gegeven.

[gedaagde] betwist dat door het blokkeren van de bankrekening de handel in mondkapjes is geblokkeerd. Dat blijkt nergens uit. [gedaagde] is ook altijd bereid geweest om noodzakelijk handelingen te verrichten ten behoeve van die handel.

[gedaagde] betwist ook dat zij als bestuurder in strijd heeft gehandeld met de wet ter zake haar verplichtingen tot het voeren van een deugdelijke administratie. Het enkele feit dat [gedaagde] de administratie liet uitvoeren door een ander betekent niet dat deze ondeugdelijk zou zijn. Daarvoor bestaan geen aanwijzingen.

[gedaagde] acht het op dit moment niet in het belang van Unit17 om vertrouwelijke informatie over haar bedrijfsvoering aan [eiser] te verstrekken, omdat deze dan ook terecht zal komen bij [B] en de Samenwerkingspartners.

Schorsing van [gedaagde] als bestuurder zou ertoe leiden dat Unit17 stuurloos wordt. [A] is ook niet geschikt om als tijdelijk bestuurder te worden benoemd. [A] heeft daarbij tegenstrijdige belangen gelet op de lopende bodemprocedure waarin [A] Holding door Unit17 is gedagvaard.

4 De beoordeling

5 De beslissing