Rechtbank Oost-Brabant, 06-07-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2734, 20/3546
Rechtbank Oost-Brabant, 06-07-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2734, 20/3546
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 6 juli 2022
- Datum publicatie
- 1 augustus 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2022:2734
- Zaaknummer
- 20/3546
Inhoudsindicatie
Eiser heeft in de bezwaarfase verzocht om verstrekking of terinzagelegging van de grondstaffel en de KOUDV-factoren. De heffingsambtenaar heeft die gegevens toen niet verstrekt. Volgens de heffingsambtenaar heeft eiser niet gezegd dat hij gebruik wilde maken van het inzagerecht.
De rechtbank oordeelt dat de stukken ten onrechte niet zijn verstrekt. De gevraagde stukken zijn “op de zaak betrekking hebbende stukken” in de zin van artikel 7:4 van de Awb. De bewuste gegevens zijn in beroep wel verstrekt en eiser heeft er ook op kunnen reageren. Het gebrek wordt daarom gepasseerd op grond van artikel 6:22 van de Awb, maar eiser heeft wel recht op een proceskostenvergoeding.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 20/3546
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [naam 1] )
en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch,
(gemachtigden: mr. R.A.M.T. Klaassen en J. de Jong).