Home

Rechtbank Oost-Brabant, 18-07-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2945, 21/1755

Rechtbank Oost-Brabant, 18-07-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2945, 21/1755

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
18 juli 2022
Datum publicatie
1 augustus 2022
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:2945
Zaaknummer
21/1755

Inhoudsindicatie

WOZ. De heffingsambtenaar was niet verplicht om de woning van eiser inpandig te taxeren. Wat hij (op de zitting) aanvoert over de staat van de woning, maakt niet dat de heffingsambtenaar van een onjuist kwaliteits- en onderhoudsniveau is uitgegaan. Eisers vergelijking met de WOZ-waarde(ontwikkeling) tussen verschillende belastingjaren gaat niet op, omdat de waarde elk jaar opnieuw moet worden vastgesteld. Bij de waardering van de woning van de buren van eiser heeft de heffingsambtenaar door een fout een (veel) te lage waarde toegekend. Dat betekent niet dat de heffingsambtenaar die fout in het geval van eiser moet herhalen. Dat in de motivering van de uitspraak op bezwaar onjuistheden staan, maakt niet dat het beroep gegrond is omdat uiteindelijk moet worden beoordeeld of aannemelijk is geworden dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem bepleite waarde de waarde in het economisch verkeer is. Aannemelijk is geworden dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Eisers klacht over het door hem gewenste en (vanuit zijn perspectief) beperkt gekregen uitstel van betaling kan niet in deze procedure aan de orde komen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 21/1755

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Oirschot (de heffingsambtenaar)

(gemachtigde: P.M. van Haren).

Zitting

Beslissing

Inleiding

Feiten

Beoordeling door de rechtbank