Home

Rechtbank Oost-Brabant, 22-07-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3071, SHE 20/2556

Rechtbank Oost-Brabant, 22-07-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3071, SHE 20/2556

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22 juli 2022
Datum publicatie
1 augustus 2022
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:3071
Zaaknummer
SHE 20/2556

Inhoudsindicatie

Reclamebelasting. Objectieve en redelijke rechtvaardiging voor heffingsgebied. Niet van belang is of eiser daadwerkelijk profijt heeft van de met de reclamebelasting bekostigde activiteiten, maar of hij daarvan zou kunnen profiteren. Niet is gebleken dat de opbrengsten van de reclamebelasting worden gebruikt om activiteiten te bekostigen die buiten het heffingsgebied plaatsvinden. De klachten van eiser over de volgens hem gebrekkige inspraakprocedure voorafgaand aan de invoering van de reclamebelasting en over het feit dat deze belasting is ingevoerd nadat onvoldoende draagvlak voor invoering van een BIZ-heffing bleek, maken niet dat de gemeenteraad niet tot invoering van de reclamebelasting kon overgaan. Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel is niet onderbouwd en verder blijkt uit niets dat sprake is van een onredelijke of willekeurige belastingheffing. Dat de regeling grote kapitalisten bevoordeelt en (o.a.) eiser benadeelt, zoals hij stelt, is een kwestie die eiser aan de gemeenteraad moet voorleggen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 20/2556

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente ’s-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de aan hem opgelegde aanslag reclamebelasting van 29 februari 2020 (aanslagnummer [aanslagnummer] ) voor het belastingjaar 2020 tot een bedrag van € 81,60.

1.1.

Met de uitspraak op bezwaar van 11 september 2020 op het bezwaar van eiser heeft de heffingsambtenaar de aanslag gehandhaafd.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

De enkelvoudige kamer heeft het beroep op 16 september 2021 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen. Voor de heffingsambtenaar is ook verschenen [naam 1] . Op de zitting heeft de enkelvoudige kamer het onderzoek gesloten.

1.4.

Na de zitting heeft de enkelvoudige kamer het onderzoek heropend en de zaak verwezen naar een meervoudige kamer.

1.5.

Een van de behandelend rechters van de meervoudige kamer heeft om verschoning verzocht. Dit verzoek is door de verschoningskamer van deze rechtbank toegewezen op 28 januari 2022.1 In verband daarmee kon een op 3 februari 2022 geplande zitting van de meervoudige kamer niet doorgaan.

1.6.

De meervoudige kamer heeft in gewijzigde samenstelling het beroep op 6 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen. Voor de heffingsambtenaar is ook verschenen [naam 2] .

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep