Rechtbank Oost-Brabant, 22-08-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3463, 21/627
Rechtbank Oost-Brabant, 22-08-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3463, 21/627
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 22 augustus 2022
- Datum publicatie
- 19 oktober 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2022:3463
- Zaaknummer
- 21/627
Inhoudsindicatie
WOZ. Waardering woning o.b.v. eigen verkoopcijfer. Eiser is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat het eigen verkoopcijfer niet de waarde vertegenwoordigt. De indexering van het verkoopcijfer is weliswaar onvoldoende onderbouwd, maar het verschil tussen de vastgestelde en de (gecorrigeerde) getaxeerde waarde is dusdanig dat dit kan worden opgevangen. Eiser wordt niet toegestaan op de zitting nieuwe beroepsgronden aan te dragen, aangezien hij ruimschoots in de gelegenheid is geweest dat eerder (schriftelijk) te doen waarop hij ook in eerdere procedures al meermalen is gewezen. De taxatie van eiser is onvoldoende inzichtelijk om twijfel te kunnen zaaien t.a.v. de juistheid van de vastgestelde waarde. Terecht een lagere vergoeding dan gebruikelijk in bezwaar toegekend voor dat taxatierapport n.a.v. afspraken tussen partijen daarover. Beroep ongegrond. Toewijzing verzoek om schadevergoeding i.v.m. schending van de redelijke termijn in de bezwaarfase, ondanks dat die schending mede is te wijten is aan procesgedrag van eiser.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/627
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde van zijn woning aan de [adres] .
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde met de beschikking van 29 februari 2020 vastgesteld op € 326.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2019 en toestandspeildatum 1 januari 2020 geldend voor het kalenderjaar 2020. Met deze waardevaststelling is aan eiser ook de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen en de watersysteemheffing gebouwd voor het jaar 2020 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 24 januari 2021 de waarde van de woning verlaagd naar € 315.000 en de aanslagen OZB en watersysteemheffing gebouwd overeenkomstig de waarde verminderd. De heffingsambtenaar heeft ook de proceskosten van eiser vergoed tot een bedrag van € 594,13.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift.
Eiser heeft hierop gereageerd en verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] , als waarnemer van eisers gemachtigde, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Feiten
2. Eiser is eigenaar van de woning, een vrijstaande woning uit 1965. De woning heeft een inhoud van 478 m3, twee aanbouwen van respectievelijk 132 m3 en 11 m3, een garage van 38 m2 en een overkapping/luifel van 5 m2. De grond bij de woning heeft een oppervlakte van 370 m2.