Rechtbank Oost-Brabant, 22-08-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3464, 21/631
Rechtbank Oost-Brabant, 22-08-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3464, 21/631
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 22 augustus 2022
- Datum publicatie
- 19 oktober 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2022:3464
- Zaaknummer
- 21/631
Inhoudsindicatie
WOZ. Waardering woning o.b.v. vergelijkingsmethode. De heffingsambtenaar heeft inzichtelijk en voldoende rekening gehouden met de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. De indexering van de verkoopcijfers is weliswaar onvoldoende onderbouwd, maar het verschil tussen de vastgestelde en de (gecorrigeerde) getaxeerde waarde is dusdanig dat dit kan worden opgevangen. De taxatie van eiseres is onvoldoende inzichtelijk om twijfel te kunnen zaaien t.a.v. de juistheid van de vastgestelde waarde. Terecht een lagere vergoeding dan gebruikelijk in bezwaar toegekend voor dat taxatierapport n.a.v. afspraken tussen partijen daarover. Beroep ongegrond. Toewijzing verzoek om schadevergoeding i.v.m. schending van de redelijke termijn in de bezwaarfase, ondanks dat die schending mede is te wijten is aan procesgedrag van eiseres.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/631
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ-waarde van haar woning aan de [adres] .
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde met de beschikking van 29 februari 2020 vastgesteld op € 287.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2019 en geldt voor het kalenderjaar 2020. Met deze waardevaststelling is aan eiseres ook de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen en de watersysteemheffing gebouwd voor het jaar 2020 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 25 januari 2021 de waarde van de woning verlaagd naar € 261.000 en de aanslagen OZB en watersysteemheffing gebouwd overeenkomstig de waarde verminderd. De heffingsambtenaar heeft ook de proceskosten van eiseres vergoed tot een bedrag van € 594,13.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift. Eiseres heeft daarop gereageerd en verzocht om schadevergoeding wegens overtreding van de redelijke termijn.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] als waarnemer van eiseres’ gemachtigde en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Feiten
2. Eiseres is eigenaar van de woning, een twee-onder-een-kapwoning uit 1974. De woning heeft een inhoud van 394 m3, twee overkappingen/luifels van 25 m2 en 12 m2, een carport van 30 m2 en een aangebouwde berging/schuur met een plat dak van 8 m2. De grond bij de woning heeft een oppervlakte van 312 m2.