Rechtbank Oost-Brabant, 14-10-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4466, 21/874
Rechtbank Oost-Brabant, 14-10-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4466, 21/874
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2022
- Datum publicatie
- 1 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2022:4466
- Zaaknummer
- 21/874
Inhoudsindicatie
WOZ. Waardering bedrijfswoning o.b.v. de vergelijkingsmethode. De heffingsambtenaar heeft, omdat er rond de waardepeildatum geen transacties van bedrijfswoningen in de gemeente beschikbaar waren, de bedrijfswoning van eiseres vergeleken met drie niet-bedrijfswoningen. Hij heeft inzichtelijk en voldoende rekening gehouden met de verschillen, dus ook met het aspect dat de bedrijfswoning van eiseres is vergeleken met drie niet-bedrijfswoningen. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/874
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en
de heffingsambtenaar van de samenwerking A2-gemeenten (de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de WOZ-waarde van haar woning aan de [adres 1] .
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde met de beschikking van 29 februari 2020 vastgesteld op € 625.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2019 voor het kalenderjaar 2020. Met deze waardevaststelling is aan eiseres ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2020 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 22 februari 2021 de waarde van de woning verlaagd tot € 582.000 en heeft de onroerendezaakbelastingen verminderd met de correctieaanslag van 30 april 2021.
Op 24 juni 2021 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald.
Eiseres heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Bij uitspraak van 26 november 2021 heeft de rechtbank het verzet gegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De gemachtigden van eiseres en de heffingsambtenaar hebben beiden aangegeven wegens ziekte verhinderd te zijn om op de zitting van 27 september 2022 aanwezig te zijn, maar hebben niet verzocht om aanhouding. De rechtbank heeft daarom het beroep op 27 september 2022 op zitting behandeld. Partijen zijn toen niet verschenen.