Rechtbank Oost-Brabant, 10-11-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4909, 21/2030
Rechtbank Oost-Brabant, 10-11-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4909, 21/2030
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 november 2022
- Datum publicatie
- 30 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2022:4909
- Zaaknummer
- 21/2030
Inhoudsindicatie
WOZ. Informatiebeschikking. De heffingsambtenaar heeft een ten aanzien van belanghebbende genomen informatiebeschikking gehandhaafd, maar deze was al van rechtswege komen te vervallen omdat inmiddels al op het bezwaar tegen de WOZ-waarde was beslist. Beroep niet-ontvankelijk, omdat geen beroep mogelijk is tegen de vervallen informatiebeschikking.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/2030
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. B. de Jong),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. A.J. van Griethuysen).
Inleiding
1. Bij beschikking van 24 februari 2021, vervat in een op die datum gedagtekend aanslagbiljet, heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de woning aan de [adres] voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld. In dit geschrift zijn tevens de aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB) en watersysteemheffing gebouwd voor het kalenderjaar 2021 bekendgemaakt.
2. Eiser heeft hiertegen op 3 maart 2021 bezwaar gemaakt.
3. Bij brief van 16 maart 2021 heeft de heffingsambtenaar eiser verzocht informatie te verstrekken over de woning. Omdat een reactie van eiser hierop uitbleef, heeft de heffingsambtenaar, op grond van artikel 52a, eerste lid, van de van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), op 13 april 2021 een informatiebeschikking verzonden aan eiser.
4. Op 9 april 2021 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de informatiebeschikking. Omdat dit bezwaarschrift van een eerdere datum is dan de informatiebeschikking, gaat de rechtbank - gelet op wat op de zitting is besproken - ervan uit dat de informatiebeschikking op een eerdere datum naar eiser is verzonden.
5. Bij uitspraak op bezwaar van 16 juli 2021 heeft de heffingsambtenaar de waarde van de woning gehandhaafd, net als de daarop gebaseerde aanslagen.
6. Bij brief van 10 augustus 2021 heeft eiser de heffingsambtenaar in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op het bezwaar tegen de informatiebeschikking.
7. Bij uitspraak op bezwaar van 18 augustus 2021 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar beslist op het bezwaar tegen de informatiebeschikking, waarbij de informatiebeschikking is gehandhaafd.
8. Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
9. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
10. Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2022. Namens eiser is verschenen: mr. C.C. Ruijsbroek, die bij doormachtiging is gemachtigd door de gemachtigde van eiser. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.