Home

Rechtbank Oost-Brabant, 22-11-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5331, 22/552, 22/561 en 22/562

Rechtbank Oost-Brabant, 22-11-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5331, 22/552, 22/561 en 22/562

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22 november 2022
Datum publicatie
7 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:5331
Zaaknummer
22/552, 22/561 en 22/562

Inhoudsindicatie

WHOA-procedure; homologatie akkoord; VOF en positie vennoten; klassenindeling.

Uitspraak

vonnis

Team Toezicht – meervoudige kamer

Vonnis op het verzoek tot homologatie van een akkoord ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw)

rekestnummers: C/387001 FT RK 22/552, C/387143 FT RK 22/561,

C/387144 FT RK 22/562

uitspraakdatum: 22 november 2022

in de besloten WHOA-procedure van:

de vennootschap onder firma

[VOF] ,

zaakdoende te [plaats] , [adres] ,

feitelijk gevestigd te [plaats] , [adres] ,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,

hierna te noemen: ‘de VOF’,

alsmede haar beide vennoten:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,

wonende te [plaats] , [adres] ,

hierna te noemen: ‘ [vennoot 1] ’,

en

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,

wonende te [plaats] , [adres]

hierna te noemen: ‘ [vennoot 2] ’,

hierna gezamenlijk te noemen: ‘ [VOF] c.s.’ (enkelvoud).

advocaten: mrs. R. de Jong en D.P. Schalken te ‘s-Hertogenbosch.

1 De procedure

1.1.

[VOF] c.s. heeft op 1 juli 2022 bij de griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw gedeponeerd.

1.2.

Op 25 oktober 2022 heeft [VOF] c.s. een stemverslag ex artikel 382 Fw (gedateerd 24 oktober 2022) ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant ingediend. Het stemverslag is op 25 oktober 2022 ter griffie van deze rechtbank ter kosteloze inzage gelegd van de stemgerechtigde schuldeisers.

1.3.

[VOF] c.s. heeft op 31 oktober 2022 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift met bijlagen (gedateerd 31 oktober 2022) ingediend tot homologatie van een onderhands akkoord ex artikel 383 lid 1 FW.

1.4.

Bij beschikking van 3 november 2022 heeft de rechtbank bepaald dat de behandeling van het verzoek tot homologatie zal plaatsvinden op 9 november 2022 om 9:30 uur door middel van een digitale videoverbinding. Daarbij is [VOF] c.s. opgedragen de stemgerechtigde schuldeisers onverwijld schriftelijk in kennis te stellen van de beschikking en hen te wijzen op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Oost-Brabant op te vragen link deel te nemen aan de zitting.

1.5.

Bij emailbericht van 7 november 2022 is namens [VOF] c.s. aangegeven dat alle stemgerechtigde schuldeisers op vrijdag 4 november 2022 in kennis zijn gesteld van de beschikking van 3 november 2022 en dat zij zijn gewezen op de mogelijkheid om via de griffier een link op te vragen om deel te nemen aan de zitting.

1.6.

Het homologatieverzoek is op 9 november 2022 door middel van een videoverbinding behandeld. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- De heer [vennoot 1] , vennoot in de VOF;

- Mevrouw [vennoot 2] , vennoot in de VOF;

- Mr. R. de Jong, advocaat voornoemd;

- Mr. D.P. Schalken, advocaat voornoemd;

- De heer [A] namens [X] B.V.

1.7.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

De VOF is op 22 maart 2016 opgericht. De VOF exploiteert een restaurant. Het restaurant staat onder leiding van [vennoot 1] .

2.2.

Op 31 augustus 2022 heeft [VOF] c.s. een akkoord in concept aan haar schuldeisers voorgelegd. Schuldeisers hebben in dit verband toegang gekregen tot een digitale dataroom waarin informatie (zoals bedoeld in artikel 375 Fw) is geüpload waarmee schuldeisers zich een oordeel kunnen vormen over het akkoord. Schuldeisers zijn tot 15 september 2022 in de gelegenheid gesteld om het ontwerpakkoord te beoordelen, vragen te stellen en/of eventuele bezwaren kenbaar te maken.

2.3.

Op 5 oktober 2022 is het akkoord vervolgens in definitieve vorm aan de schuldeisers toegezonden en is het akkoord ter stemming voorgelegd. De schuldeisers is gevraagd uiterlijk 20 oktober 2022 een stem uit te brengen. Het stemverslag is op 25 oktober 2022 ingediend bij de griffie van de rechtbank Oost-Brabant. Het akkoord is in alle vier de stemgerechtigde klassen aangenomen.

2.4.

De uitslag van de stemming is als volgt: in klasse I, II en IV hebben alle schuldeisers een stem vóór het akkoord uitgebracht. In klasse III heeft één schuldeiser niet gestemd. De schuldeiser die niet heeft gestemd, vertegenwoordigt een bedrag van € 4.816,24. Dit betreft 0,87% van de totale omvang van de vorderingen, van € 552.803,53, in klasse III. Geen schuldeiser heeft tegen het akkoord gestemd.

3 Het homologatieverzoek

3.1.

[VOF] c.s. verzoekt homologatie van het aangeboden akkoord. In het verzoekschrift en ter zitting heeft zij onder meer het volgende naar voren gebracht.

3.2.

[VOF] c.s. is ontvankelijk in haar verzoek. Alle klassen hebben met het akkoord ingestemd. [VOF] c.s. verkeert in een toestand waarin redelijkerwijs aannemelijk is dat zij insolvent zal raken. Het restaurant gaat gebukt onder een forse schuldenlast en is zonder sanering van de schulden niet levensvatbaar. De vennoten beschikken in privé – zoals in het akkoord nader is toegelicht – niet over waardevolle vermogensbestanddelen. Wanneer de schulden niet worden gesaneerd, is het enige alternatief een faillissement.

3.3.

Vóór de zogenaamde coronacrisis was de VOF winstgevend, maar onder meer door de diverse opvolgende lockdowns heeft zij forse verliezen geleden. Daarnaast is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden omdat het restaurant aan de vooravond van de coronacrisis in februari 2020 is verhuisd naar een nieuwe locatie. De exploitatie van de oude locatie zou na de verhuizing worden overgenomen door een derde, maar dat heeft vanwege de lockdowns geen doorgang gevonden. Tot april 2022 is daarom op de oude en de nieuwe locatie een restaurant vanuit de VOF geëxploiteerd. De exploitatie van het restaurant op de oude locatie was echter zwaar verlieslatend en is in april 2022 verkocht.

3.4.

[VOF] c.s. heeft onder het akkoord de volgende klassenindeling met bijbehorende uitkering aan de schuldeisers voorgelegd.

Klasse

Omschrijving

Aantal

Omvang vordering

Aanbod

I

Zekerheden

1 (bank)

€ 35.167,56

Waarde zekerheid

II

Preferent

1 (Belastingdienst)

€ 240.108,40

20% van vordering

III

Concurrent

21

€ 552.803,53

20% van vordering

IV

Achtergesteld

1 (X B.V.)

€ 300.000,00

20% van vordering

€ 1.128.079,49

De schuldeisers met een zekerheidsrecht (pandrecht) zullen, voor zover hun vorderingsrechten gedekt zijn door zekerheden, de (liquidatie)waarde van hun zekerheden ontvangen en voor het overige worden toegelaten tot klasse III. De preferente schuldeisers en de concurrente schuldeisers zullen een uitkering in geld ontvangen gelijk aan 20% van hun vordering. Het aan de achtergestelde schuldeiser uit te keren bedrag zal niet worden uitgekeerd in contanten, maar worden omgezet in een langlopende, achtergestelde lening.

3.5.

Het akkoord is van toepassing op schulden die zijn ontstaan of rechtstreeks voortvloeien uit de periode tot 1 juli 2022 (het fixatiemoment). Als het akkoord slaagt en is uitgevoerd, dan worden de restantvorderingen kwijtgescholden. Vorderingen die zijn ontstaan na de voor dit akkoord gehanteerde peildatum van 30 juni 2022 worden conform de overeengekomen betalingstermijn voldaan.

3.6.

Vorderingen van werknemers en het Pensioenfonds Horeca & Catering vallen buiten het akkoord, alsook vorderingen met een hoogte tot € 1.250,-. Deze laatste vorderingen worden integraal voldaan voor zover de betaaltermijn is komen te vervallen. Daarnaast zijn er cadeaubonnen uitgegeven ter waarde van € 5.000,-. Dit betreft in feite een schuld van de onderneming, omdat de koopprijs voor de cadeaubonnen al is ontvangen, maar het restaurant nog wel de diners moet verzorgen. Het is echter niet bekend wie de houders zijn van deze bonnen. Om die reden is het dus niet mogelijk om deze schuldeisers in het akkoord te betrekken. Ook vorderingen van ná de peildatum, van de bij het akkoord betrokken adviseurs en van een enkele dwangcrediteur vallen buiten het akkoord.

3.7.

In totaal is voor het mogelijk maken van dit akkoord een bedrag van € 253.749,95 benodigd. Een deel van dit bedrag hoeft niet per direct beschikbaar te zijn. De Belastingdienst is conform geldend beleid (artikel 4 van de Tijdelijke instructie saneringen d.d. 18 maart 2022 en artikel 26.3.9 LI 2008) bereid om onder omstandigheden gedeeltelijk uitstel van betaling te verlenen voor de akkoordpenningen die haar onder een akkoord toekomen. Het bedrag dat aan de Belastingdienst toekomt onder het akkoord, te weten € 48.108,40, mag in 12 gelijke maandelijkse termijnen worden voldaan. Op verzoek van [X] B.V. (die zowel een vordering in Klasse III en Klasse IV heeft) wordt het bedrag dat zij ontvangt onder het akkoord (ad in totaal € 100.000,-) omgezet in een langlopende (achtergestelde) lening tegen een rente van 6% waarvan de looptijd minimaal 7 jaar bedraagt. Op korte termijn (binnen twaalf maanden) is derhalve ter financiering van de akkoordpenningen een bedrag van € 153.749,95 (€ 253.749,95 minus circa € 100.000,-) benodigd.

3.8.

[VOF] c.s. heeft een financier gevonden die bereid is om het akkoord te financieren en (indien dat nodig mocht zijn) aanvullend werkkapitaal te verschaffen, zodat de onderneming van de VOF toekomstbestendig wordt gemaakt.

Er komt een nieuwe structuur met een holding en een werkmaatschappij. Het restaurant wordt geëxploiteerd vanuit de werkmaatschappij. Daarvoor wordt een nieuwe besloten vennootschap opgericht (de ‘ [nieuwe BV] ’). De financier verstrekt ten behoeve van het akkoord een lening aan de [nieuwe BV] ter hoogte van € 160.000,-. Dit bedrag is reeds ontvangen op de derdengeldenrekening van mr. De Jong, advocaat voornoemd. De financier verstrekt de lening aan de [nieuwe BV] onder de opschortende voorwaarde van homologatie van het akkoord, althans sanering van de schulden van [VOF] c.s. De [nieuwe BV] verstrekt de lening op haar beurt aan [VOF] c.s. onder de opschortende voorwaarde van homologatie van het akkoord. Na homologatie van het akkoord en sanering van de schulden van [VOF] c.s. koopt [nieuwe BV] de activa/passiva van de onderneming van [VOF] c.s. De koopsom wordt vastgesteld op € 160.000,- en deze wordt verrekend met de lening.

3.9.

De koopsom is fors hoger dan de geschatte liquidatiewaarde van de bezittingen in geval van faillissement. De [nieuwe BV] neemt bovendien de verplichtingen onder het akkoord jegens [X] B.V. ad € 100.000 (en mogelijk de fiscus) als hoofdelijk schuldenaar op zich. [X] B.V. heeft reeds, onder de opschortende voorwaarde van homologatie van het akkoord, ingestemd met schuldoverneming en ontslag van [VOF] c.s. uit haar verplichtingen. Bovendien worden (andere) lopende verplichtingen (bijvoorbeeld die uit duurovereenkomsten) door de [nieuwe BV] overgenomen. Hierdoor is de uiteindelijke waarde die onder het akkoord vrijkomt hoger dan de reorganisatiewaarde, die door financieel adviseur JoanKnecht is vastgesteld op € 240.000,-.

3.10.

Daarnaast zullen [VOF] c.s. gebruik maken van een TOA-krediet van QCredits, dat onder meer wordt aangewend ter dekking van de kosten van het akkoord.

3.11.

Onderdeel van het akkoord is de (als opschortende voorwaarde en derdenbeding

geformuleerde) afspraak dat alle schuldeisers na uitvoering van het akkoord finale

kwijting verlenen aan de VOF en ook aan de vennoten in privé.

3.12.

Geen van de weigeringsgronden doet zich voor en nakoming van het akkoord is gewaarborgd.

4 De beoordeling

5 De beslissing