Home

Rechtbank Oost-Brabant, 12-12-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5442, C/01/377627 / EX RK 21-207

Rechtbank Oost-Brabant, 12-12-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5442, C/01/377627 / EX RK 21-207

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
12 december 2022
Datum publicatie
16 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:5442
Zaaknummer
C/01/377627 / EX RK 21-207

Inhoudsindicatie

Verzoekschriftprocedure. AVG. Ouders willen medische informatie over henzelf uit Wmo-dossier meerderjarige zoon verwijderd hebben. Begrip ‘persoonsgegevens’. Geen aanmerkelijk belang aan de zijde van de Wmo-zorgaanbieder dat opweegt tegen het recht van de ouders op vernietiging (art. 5.3.5. Wmo 2015).

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/377627 / EX RK 21-207

Beschikking van 12 december 2022

in de zaak van

1 [verzoeker sub 1] ,

en 2. [verzoeker sub 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

hierna gezamenlijk te noemen: “de ouders [ouders] ” en afzonderlijk: ”vader “en “moeder”,

advocaat: mr. S.E.C. Veldhof te Goes,

tegen

[gedaagde] ,

handelend onder de naam [gedaagde],

te Heusden,

gedaagde partij,

hierna te noemen: “ [gedaagde] ”,

advocaat: mr. M.M.A. Janssen te Nijmegen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen (1 t/m 7), ingekomen op 20 december 2021,

- het verweerschrift met bijlagen (1 t/m 3), ingekomen op 9 augustus 2022,

- een brief van verzoekers met bijlagen (8 t/m 11), ingekomen op 2 september 2022, - de mondelinge behandeling van 6 september 2022.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

De zoon van verzoekers, geboren in 1989, heeft gedurende een periode van meerdere jaren (2005-2019) op de zorgboerderij van [gedaagde] ( [gedaagde] ) gewoond. Bij aanvang van zijn verblijf – hij is dan 16 jaar – is sprake van problemen met alcohol- en drugsgebruik, somberheid, angst en verwardheid, waardoor hij niet in staat is om naar school te gaan of te werken. In 2007 – het jaar waarin de zoon meerderjarig werd – is de diagnose Asperger vastgesteld door GGZ Helmond.

2.2.

Aanvankelijk begeleidt [gedaagde] de zoon op vrijblijvende basis; vanaf mei 2008 wordt de begeleiding en zorg aan de zoon gefinancierd op basis van een persoonsgebonden budget op grond van de toenmalige AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten).

Met ingang van 1 januari 2015 vervalt de AWBZ en met ingang van 2 augustus 2015 wordt de zorg aan de zoon zorg gefinancierd op basis van de Wmo 2015. De in het kader van de Wmo 2015 verleende zorg bestaat dan uit beschermd wonen met individuele- en groepsbegeleiding, ondersteuning bij persoonlijke verzorging en 24-uursopvang (dag en nacht).

2.3.

Tijdens het verblijf van de zoon bij [gedaagde] is onder meer de Stichting MEE bij de zorg betrokken geweest. Tijdens een huisbezoek van een cliëntondersteuner van MEE wordt de mogelijkheid besproken dat de problematiek van de zoon zou kunnen passen bij het foetaal alcoholsyndroom (hierna: FAS1). Deze mogelijkheid is vervolgens voorgelegd aan psychiater dr. Macor.

2.4.

In aanloop naar het consult van psychiater Macor stuurt [gedaagde] hem het door haar opgesteld ‘tussentijds verslag en begeleidingsstrategie’ van 1 januari 2013. Daarin staat onder meer het volgende:

“Tijdens de zwangerschap van [de zoon] heeft moeder alcohol gebruikt.

Naast geestelijke gebreken en gedragsproblemen heeft [de zoon] lichte lichamelijke afwijkingen zoals lange vingers, lang en smal hoofd, tenger, lang en slungelig postuur, grote handen en voeten.

Er is binnen de familie sprake van autisme.

Kenmerken van FAS kunnen een rol spelen bij [de zoon].”

2.5.

Psychiater Macor heeft de zoon vervolgens voor nader onderzoek doorverwezen naar de FAS-polikliniek van het Gelreziekenhuis in Zutphen. In de verwijsbrief van 12 januari 2014 schrijft hij onder meer:

“Reden voor de verwijzing is een sterk vermoeden van de diagnose foetaal alcoholsyndroom. Er is een sterk vermoeden op alcoholgebruik van zijn moeder tijdens zijn zwangerschap. Dit wordt door moeder ten stelligste ontkend. Andere familieleden bevestigen echter dit gebruik. Daarnaast zie ik gedrag wat niet geheel passend is bij het syndroom van Asperger. (...)

Qua uiterlijk zijn er gelaatskenmerken die eveneens doen denken aan het foetaal alcoholsyndroom.

Toen [de zoon] in 2005 in zorg kwam, woonde hij bij zijn ouders in een tuinhuisje en had daarin een koelkast vol bier staan en nuttigde in die tijd veel alcohol.”

2.6.

In 2015 komt de zoon voor het eerst op de polikliniek van het FAS-team van het Gelreziekenhuis (GGZ-psycholoog D. Esselink en kinderarts T.S. Verhoeks). Ter voorbereiding van dit consult hebben de behandelaars van de FAS-polikliniek een vragenlijst aan de zoon toegestuurd, met vragen over zijn ontwikkeling als kind en over de problemen die hij ervaart (de “Vragenlijst volwassenen”). De vragenlijst is op 27 april 2015 met de hand ingevuld door een medewerker van [gedaagde] . De antwoorden luiden, voor zover relevant, als volgt:

Uw gegevens

Deze vragenlijst is ingevuld door: [zorg-verlener]

(...)

Vragen over uw ontwikkeling als kind

(...)

Zijn er bijzonderheden geweest tijdens de zwangerschap en geboorte? Denk bijvoorbeeld aan ziekte, complicaties, middelengebruik.

Niet bekend alleen: vader en moeder hebben vermoedelijk alcohol gebruikt voor, tijdens en na de zwangerschap.

Ja, namelijk:

Alcohol-gebruik, (...)

autisme vader

Zijn er bijzonderheden in de familiegeschiedenis?

Ja, namelijk:

Autisme, psychische labiliteit/klachten.

Er is weinig contact met ouders.

Tijdens de zwangerschap van [de zoon] heeft moeder vermoedelijk alcohol gebruikt. (...)

Er is binnen de familie sprake van autisme.

Kenmerken van FASD (...) kunnen een rol spelen bij [de zoon], daar is echter nog geen onderzoek naar gedaan”.

2.7.

Met voornoemde vragenlijst is ook het ‘tussentijds verslag en begeleidingsstrategie’ van 1 januari 2015 van [gedaagde] naar het Gelreziekenhuis gestuurd2. Daarin staat onder meer:

“Tijdens de zwangerschap van [de zoon] heeft moeder vermoedelijk alcohol gebruikt.

(...)

Er is binnen de familie sprake van autisme.

Kenmerken van FASD (Foetaal Alcohol SynDroom) kunnen een rol spelen bij [de zoon], daar is echter nog geen onderzoek naar gedaan. (...)”

2.8.

Op 23 juni 2021 schrijven de behandelaars van het Gelreziekenhuis:

“Anamnese FAS: afgenomen bij [de zoon]

{De zoon] vertelt dat naarmate hij langer op de boerderij woonde, zijn hulpverleensters ook veranderden: “voor mijn gevoel hebben ze mij gewoon echt gemanipuleerd en gehersenspoeld. Er is mij een andere realiteit voorgehouden dan de werkelijkheid was. Zij hebben mijn leven voor mij bepaald eigenlijk”.

Voordat [de zoon] 18 jaar werd, was er een gesprek met Jeugdzorg en zijn ouders. [De zoon] kreeg toen de keuze om terug te gaan naar zijn ouders, maar voorafgaand aan dit gesprek was er op hem ingepraat dat hij dat niet moest doen en dat Jeugdzorg en zijn ouders niet het beste met hem voorhadden. Reden waarom hij op -de boerderij is gebleven. [De zoon] werd compleet afhankelijk van zijn hulpverleensters en kreeg last van angsten, geeft hij zelf aan.

In 2008/2009 is Asperger bij [de zoon] vastgesteld.

In 2015 kwam hij voor het eerst bij ons op de poli voor een eerste onderzoek. Waarbij informatie door zijn hulpverleners is verstrekt die achteraf niet juist bleek te zijn. Reden waarom de diagnose van destijds nu wordt herhaald. (...)

Tot september 2019 heeft [de zoon] nog op de boerderij gewoond. [De zoon] vertelt dat de touwtjes steeds strakker werden aangetrokken, hij kreeg steeds minder vrijheden en moest nog langere dagen werken. (...) Net voor zijn 30e verjaardag kwam de ommekeer (...). [De zoon] zocht informatie op internet en realiseerde zich dat zijn hulpverleensters hem compleet afhankelijk maakten en in hun macht hadden. Samen met een vriend heeft hij contact opgenomen met de wijkagent en een rechercheur. En in het geheim heeft hij samen met een oom een plan gemaakt om stiekem de boerderij verlaten. Thuis werd hij met open armen door zijn ouders ontvangen. Na eerst tot rust te zijn gekomen, vond hij vrijwilligerswerk (...). Hij kreeg een contract voor 24 uur in de TD bij (...|) een zorginstelling en hij volgt hier nu ook een BBL opleiding voor (...). Zijn eerste examen heeft hij hier gehaald en zijn prestaties zijn goed. Sinds oktober 2020 woont [De zoon] zelfstandig in een huurwoning met wat begeleiding van het RAC. (...) [De zoon] heeft sinds 5 maanden een relatie.” (...)

“Met de nieuwe informatie die nu voorhanden is, hebben we opnieuw diagnostiek verricht naar het Foetaal Alcohol Syndroom bij [de zoon]. Er is lang en uitgebreid met [de zoon] gesproken [metingen zijn niet herhaald, omdat aannemelijk is dat die niet zijn veranderd].

Op basis van de huidige informatie moeten we onze vorige conclusie herzien: er is bij [de zoon] géén sprake van FAS. Hij functioneert sinds hij bij de boerderij weg is beduidend beter dan tijdens het vorige onderzoek.(...) Maar de duidelijke kenmerken van FAS: impulsiviteit, regulatieproblemen, concentratieproblemen, problemen met zintuiglijke informatieverwerking, inlevingsvermogen, sociaal inzicht etc. ontbreken. (...)

Bij [de zoon] werden geen duidelijke groeiachterstand of gezichtskenmerken gevonden en hij is tijdens de zwangerschap niet blootgesteld aan alcohol, dus [de zoon] heeft geen FAS, maar er zijn wel wat voorzichtige aanwijzingen voor van schade/disfunctioneren van het centraal zenuwstelsel (CZS) (trage informatieverwerking). Een aantal factoren kunnen hieraan ten grondslag liggen die nu niet nader zijn onderzocht, maar te denken valt aan erfelijke belastbaarheid of diverse levenservaringen sinds zijn geboorte.”

2.9.

De zoon heeft (de advocaat van) zijn ouders op 26 augustus 2021 schriftelijk gevolmachtigd/toestemming gegeven (onder meer) om – in het kader van de afwikkeling van het AVG-verzoek van zijn ouders – medische gegevens uit zijn dossier te laten verwijderen en/of te laten rectificeren voor zover dit betrekking heeft op persoonsgegevens van de ouders.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing