Home

Rechtbank Oost-Brabant, 16-12-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5474, 21/2577

Rechtbank Oost-Brabant, 16-12-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5474, 21/2577

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
16 december 2022
Datum publicatie
17 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:5474
Zaaknummer
21/2577

Inhoudsindicatie

Wet WOZ. Waardering woning. De vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar met de woning en ook heeft de heffingsambtenaar de vergelijkingsmethode correct toegepast. De heffingsambtenaar heeft de vliering van de woning terecht als woonruimte gewaardeerd en de serre niet dubbel gewaardeerd. Verder heeft hij de waarde van de als mantelzorg bestemde maar niet als zodanig gerealiseerde ruimte voldoende onderbouwd. Tot slot is voldoende rekening gehouden met het door eiser gestelde achterstallig onderhoud. Vastgestelde waarde is – mede in het licht van het (ruim 15 maanden voor de waardepeildatum gerealiseerde) eigen verkoopcijfer – aannemelijk geworden. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 21/2577

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [naam] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten (de heffingsambtenaar)

(gemachtigde: J. Andries).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van zijn woning aan [adres] .

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde met de beschikking van

28 februari 2021 vastgesteld op € 869.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en geldt voor het kalenderjaar 2021. Met deze waardevaststelling is aan eiser ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Nuenen c.a. voor het jaar 2021 opgelegd.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 28 september 2021

de waarde van de woning verlaagd naar € 815.000 en de aanslag onroerendezaakbelastingen overeenkomstig die waarde verminderd.

1.3.

Eiser heeft beroep ingesteld.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

Eiser heeft nadere stukken ingediend.

1.6.

De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan

hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

2. Eiser is eigenaar van de woning, een vrijstaande woning uit 1997. De woning

heeft een inhoud van 947 m3 en beschikt over een serre, een kelder van 33 m3, een berging/mantelzorgunit, een carport van 18 m2, een overkapping van 26 m2 en vier dakkapellen. De grond bij de woning heeft een oppervlakte van 943 m2.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep