Rechtbank Oost-Brabant, 16-12-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5480, 21/2799
Rechtbank Oost-Brabant, 16-12-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5480, 21/2799
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 december 2022
- Datum publicatie
- 17 januari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2022:5480
- Zaaknummer
- 21/2799
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woning. Grondstaffel is conform de met de gemachtigde van eiser gemaakte afspraken tijdig door de heffingsambtenaar verstrekt. Op de zitting aangevoerde beroepsgrond over de juistheid van de grondstaffel is tardief; de heffingsambtenaar kon hier op de zitting niet adequaat op reageren terwijl eiser (die het verweerschrift al bijna een jaar in zijn bezit had) dit eerder had kunnen aanvoeren. De vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar met de woning en met de verschillen (in o.a. ligging en voorzieningenniveau) is voldoende rekening gehouden. Niet gebleken is dat de heffingsambtenaar in bezwaar een andere grondstaffel heeft gehanteerd dan in beroep. Indexering voldoende inzichtelijk. Vastgestelde waarde is aannemelijk geworden. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/2799
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Bergeijk, de heffingsambtenaar(E.M.J.T. Helmond-Boonen).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van zijn woning aan de [adres 1] in [woonplaats] .
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning met de WOZ-beschikking van 20 februari 2021 vastgesteld op € 477.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van 20 februari 2021. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 11 oktober 2021 de waarde van de woning gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] als kantoorgenoot van de gemachtigde van eiser, de heffingsambtenaar en de taxateur van de heffingsambtenaar [naam] .