Home

Rechtbank Oost-Brabant, 09-01-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:119, 21/2325, 21/2999 t/m 21/3005 en 22/2322 t/m 22/2329

Rechtbank Oost-Brabant, 09-01-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:119, 21/2325, 21/2999 t/m 21/3005 en 22/2322 t/m 22/2329

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
9 januari 2023
Datum publicatie
16 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:119
Zaaknummer
21/2325, 21/2999 t/m 21/3005 en 22/2322 t/m 22/2329

Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. 14 naheffingsaanslagen binnen bepaald tijdsbestek opgelegd. Toetsing evenredigheidsbeginsel. De rechtbank vernietigt zeven naheffingsaanslagen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 21/2325, SHE 21/2999 t/m SHE 21/3005 en

SHE 22/2322 t/m SHE 22/2329

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

Belastingsamenwerking West-Brabant (de heffingsambtenaar)

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslagen parkeerbelasting.

1.1

De heffingsambtenaar heeft aan eiser zestien naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd van elk € 66,80 wegens het parkeren met een auto, kenteken [kenteken] , zonder de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen.

1.2

Met twee afzonderlijke uitspraken op bezwaar van 14 januari 2021 en 2 april 2021 (de bestreden uitspraken) heeft de heffingsambtenaar alle zestien aanslagen gehandhaafd.

1.3

Eiser heeft op 26 januari 2021 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 14 januari 2021. Dit beroep is door de rechtbank geregistreerd onder zaaknummers

SHE 22/2322 t/m SHE 22/2329. Op 14 april 2021 heeft eiser beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 2 april 2021. Dit beroep is door de rechtbank geregistreerd onder zaaknummers SHE 21/2325, SHE 21/2999 t/m SHE 21/3005.

1.4

De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

1.5

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 september 2021 op grond van artikel 46b van de Wet op de Rechtelijke Organisatie beslist dat de beroepen worden verwezen naar deze rechtbank (de rechtbank Oost-Brabant).

1.6

De rechtbank heeft de beroepen op 12 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen.

1.7

De griffier heef bij aangetekende brief van 4 oktober 2022 de heffingsambtenaar uitgenodigd om deel te nemen aan de zitting. De heffingsambtenaar is niet naar de zitting gekomen en heeft de rechtbank niet van tevoren laten weten dat hij niet komt. Ook per gewone post heeft de griffier bij brief van 4 oktober 2022 de heffingsambtenaar uitgenodigd om aan de zitting deel te nemen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de uitnodiging de heffingsambtenaar heeft bereikt.

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep