Home

Rechtbank Oost-Brabant, 04-04-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1444, 21/3203

Rechtbank Oost-Brabant, 04-04-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1444, 21/3203

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
4 april 2023
Datum publicatie
26 april 2023
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:1444
Zaaknummer
21/3203

Inhoudsindicatie

Het beroep tegen de WOZ-waarde van een garage wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt ook afgewezen. De rechtbank acht het namelijk aannemelijk dat de som van de te veel betaalde belastingen die eiser terug zou hebben kunnen krijgen als de waarde van de garage was verlaagd, niet boven de € 15 zou komen. Omdat het financiële belang in dit geval minder dan € 15 bedraagt, is er geen aanleiding om uit te gaan van de veronderstelling dat de lange duur van de procedure spanning en frustratie bij eiser heeft veroorzaakt.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 21/3203

[eiser] , uit ' [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [naam] ,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch

(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van zijn garage aan het [adres] in ‘ [plaats] .

1.1.

De heffingsambtenaar heeft die WOZ-waarde met de beschikking van 26 februari 2021 vastgesteld op € 30.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. Hierbij is ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor eigendom voor het kalenderjaar 2021 bekendgemaakt.

1.2.

Met de uitspraak op bezwaar van 19 november 2021 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar de waarde van de garage gehandhaafd.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. R. van der Weide namens de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep