Rechtbank Oost-Brabant, 04-04-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1445, 21/2198
Rechtbank Oost-Brabant, 04-04-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1445, 21/2198
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 4 april 2023
- Datum publicatie
- 18 april 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:1445
- Zaaknummer
- 21/2198
Inhoudsindicatie
Het beroep is ongegrond, maar het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen. Er bestaat geen recht op vergoeding van het griffierecht, omdat er geen griffierecht is verschuldigd bij het indienen van een verzoek om schadevergoeding. Eiseres krijgt wel een vergoeding voor haar proceskosten die verband houden met het verzoek om schadevergoeding. Er is geen aanleiding om een afzonderlijk punt toe te kennen voor de behandeling ter zitting.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/2198
[eiseres] , uit ' [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. R.A.M. Klaassen),
en
als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van de woning aan de [adres] in ‘ [woonplaats] voor het kalenderjaar 2021.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de woning met de beschikking van 26 februari 2021 vastgesteld op € 278.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en toestandspeildatum 1 januari 2021 en geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting 2021 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 30 juli 2021 (de bestreden uitspraak) de waarde gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateur J. de Jong.
Feiten
2. Eiseres is eigenaar van de woning aan de [adres] in ’ [woonplaats] . De woning is een rijwoning uit het jaar 1962. De woning heeft een inhoud van 296 m3, een aanbouw van 31 m3, een berging/schuur van 20 m3 en een dakkapel. Het perceel van de woning is 173 m2 groot.