Rechtbank Oost-Brabant, 31-03-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1483, 21/514
Rechtbank Oost-Brabant, 31-03-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1483, 21/514
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 31 maart 2023
- Datum publicatie
- 11 april 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:1483
- Zaaknummer
- 21/514
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woning. Beroep ongegrond. Overschrijding redelijke termijn. Verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen i.v.m. procesgedrag van eiser(s gemachtigde) in bezwaar en beroep. Eisers gemachtigde brengt met zijn procesgedrag aan zijn eigen cliënt (eiser) immateriële schade toe door de procedure te vertragen. Het schadevergoedingsrecht is er niet voor bedoeld om dergelijke schades vervolgens op een andere partij af te wentelen.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/514
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. A. Bakker),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente ’s-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. A. El Azouti).
Als derde-partij neemt naar aanleiding van het verzoek om schadevergoeding van eiser aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister voor Rechtsbescherming), de Staat.1
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde van zijn woning, [adres] (hierna: de woning).
De heffingsambtenaar heeft die WOZ-waarde met de beschikking van 29 februari 2020 vastgesteld op € 206.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2019 en geldt voor het kalenderjaar 2020. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. Hierbij is ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2021 bekendgemaakt.
De heffingsambtenaar heeft met uitspraak op bezwaar van 8 januari 2021 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van de woning gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 21 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en J. de Jong als taxateur van de heffingsambtenaar.