Rechtbank Oost-Brabant, 14-04-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1627, 21/2447 en 23/616
Rechtbank Oost-Brabant, 14-04-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1627, 21/2447 en 23/616
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 14 april 2023
- Datum publicatie
- 28 april 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:1627
- Zaaknummer
- 21/2447 en 23/616
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering van twee woningen. De heffingsambtenaar is in zijn bewijslast geslaagd en heeft met de door hem overgelegde taxaties aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog zijn. Beroep ongegrond. Toewijzing verzoek om immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Er bestaat geen recht op vergoeding van het griffierecht, omdat er geen griffierecht is verschuldigd bij het indienen van een verzoek om schadevergoeding. Eiser krijgt wel een vergoeding voor zijn proceskosten die verband houden met het verzoek om schadevergoeding. Er is geen aanleiding om een afzonderlijk punt toe te kennen voor de behandeling ter zitting, aangezien het verzoek niet of nauwelijks op de zitting aan de orde is geweest
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummers: SHE 21/2447 en SHE 23/616
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2023 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Veldhoven, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. A.G. Hendriks).
en
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister voor Rechtsbescherming), de Staat.