Rechtbank Oost-Brabant, 19-04-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1897, 21/2808
Rechtbank Oost-Brabant, 19-04-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1897, 21/2808
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 19 april 2023
- Datum publicatie
- 2 mei 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:1897
- Zaaknummer
- 21/2808
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woning. De heffingsambtenaar is in zijn bewijslast geslaagd en heeft met de door hem overgelegde taxatie aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De bewijslast ten aanzien van de onderhoudstoestand van de woning wordt omgekeerd, omdat eiser in strijd met artikel 50 AWR een inpandige taxatie heeft geweigerd. Eiser is in zoverre niet in zijn bewijslast geslaagd. Beroep ongegrond. Het verzoek van eiseres om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen, omdat eiser heeft verklaard dat hij geen schade heeft geleden.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/2808
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).