Rechtbank Oost-Brabant, 20-01-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:210, 21/431
Rechtbank Oost-Brabant, 20-01-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:210, 21/431
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 20 januari 2023
- Datum publicatie
- 27 januari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:210
- Zaaknummer
- 21/431
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woning. Objectafbakening juist. Indexering voldoende en inzichtelijk onderbouwd. Door eiser gesteld waardedrukkend effect van Rijksmonumentstatus niet gebleken. Onderhoudstoestand voldoende en inzichtelijk beoordeeld. Eiser heeft met zijn taxatie geen twijfel gezaaid over de aannemelijkheid van de vastgestelde waarde. Beroep ongegrond. Schending redelijke termijn in bezwaar en beroep leidt tot toekenning van schadevergoeding en een proceskostenveroordeling.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/431
[eiser] , uit [woonplaats] eiser
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk (tot 1 januari 2022 de heffingsambtenaar van de gemeente Mill en Sint Hubert), de heffingsambtenaar
(gemachtigde: A.L.M. Keeris).
Als derde-partij neemt naar aanleiding van het verzoek om schadevergoeding van eiser aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister voor Rechtsbescherming), de Staat.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan de [adres] .
De heffingsambtenaar heeft die WOZ-waarde met de beschikking van 31 januari 2020 vastgesteld op € 383.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2019, geldend voor het kalenderjaar 2020. Met deze waardevaststelling is aan eiser ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2020 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser bij uitspraak op bezwaar van 4 januari 2021 ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] als waarnemer van eisers gemachtigde en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Op de zitting is het onderzoek gesloten.
De rechtbank heeft het onderzoek heropend en de zaak toebedeeld aan een andere behandelend rechter. Partijen zijn op de hoogte gesteld van de reden daarvan. Ook zijn partijen in de gelegenheid gesteld om aan te geven of zij behoefte hebben aan een nadere zitting. Geen van de partijen heeft binnen de daarvoor gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van dat recht. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 11 januari 2023 gesloten en partijen daarvan bij brief van diezelfde datum in kennis gesteld.
Feiten
2. Eiser is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak bevat een vrijstaande woning uit 2001 (460 m3), een garage (149 m3) en een molen uit 1847 (340 m3). De molen is aangemerkt als rijksmonument. De woning is tegen de molen aangebouwd. De grond bij de onroerende zaak heeft een oppervlakte van ongeveer 1.210 m2.