Rechtbank Oost-Brabant, 11-05-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:2151, 21/3131
Rechtbank Oost-Brabant, 11-05-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:2151, 21/3131
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 mei 2023
- Datum publicatie
- 23 mei 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:2151
- Zaaknummer
- 21/3131
Inhoudsindicatie
Het beroep is gegrond. Bij het vaststellen van de proceskostenvergoeding wijkt de rechtbank af van het tarief in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Die komen er kortweg op neer dat de gemachtigde van eiseres in veel soortgelijke zaken rechtsbijstand verleent en dat er sprake is van een groot aantal zaken die op veel punten een sterke inhoudelijke samenhang vertonen, waardoor de proceshandelingen van de gemachtigde van eiseres voor een zeer groot deel een uniform karakter hebben, en dus niet zijn afgestemd op de bijzonderheden van de individuele zaak.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/3131
[naam] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. M.J.W. van den Kieboom).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van een bedrijfsobject aan [adres] voor het kalenderjaar 2021.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van het bedrijfsobject met de beschikking van 26 februari 2021 vastgesteld op € 4.943.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) eigenarenheffing 2021 en de rioolheffing eigenarendeel 2021 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 5 november 2021 (de bestreden uitspraak) de waarde gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateur C.L.M. van Summeren.