Rechtbank Oost-Brabant, 07-07-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:3327, 22/31
Rechtbank Oost-Brabant, 07-07-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:3327, 22/31
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 7 juli 2023
- Datum publicatie
- 27 juli 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:3327
- Zaaknummer
- 22/31
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woning. In bezwaar verzochte indexeringsgegevens waren geen op de zaak betrekking hebbende stukken, omdat de indexering zelf niet werd bestreden. Het feit dat de heffingsambtenaar in beroep andere vergelijkingsobjecten hanteert, betekent niet dat de eerdere waardering onjuist was en eiser dus beroep moest instellen om een deugdelijke onderbouwing van de waarde. Vergelijkingsobjecten (in beroep) zijn voldoende vergelijkbaar. Voldoende rekening gehouden met de toestand van de woning. Niet relevant hoe dat in de waardematrix is verwerkt, omdat alleen de eindwaarde ter toetsing voorligt. Op de zitting is in strijd met de goede procesorde geklaagd over het niet rekening houden met het afnemend grensnut; dat laat de rechtbank buiten beschouwing. Eiser heeft zijn waardestandpunt onvoldoende onderbouwd. Beroep ongegrond. Het verzoek van eiseres om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is toegewezen. Wel vergoeding proceskosten, maar geen vergoeding griffierecht.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/31
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Waalre
(gemachtigde: A.L.M. Keeris).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van zijn woning aan de [adres] in [plaats] voor het kalenderjaar 2021.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de woning met de beschikking van 26 februari 2021 vastgesteld op € 434.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting 2021 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 29 november 2021 (de bestreden uitspraak) de waarde gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 28 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] , kantoorgenoot van de gemachtigde van eiser, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.