Rechtbank Oost-Brabant, 21-07-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:3726, 21/2931
Rechtbank Oost-Brabant, 21-07-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:3726, 21/2931
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 juli 2023
- Datum publicatie
- 26 juli 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:3726
- Zaaknummer
- 21/2931
Inhoudsindicatie
Het beroep tegen de WOZ-waarden van de woning en het bedrijfsobject is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de termijn waarbinnen de zaak moet zijn afgedaan, wordt verlengd. Die bijzondere omstandigheden zijn gelegen in de handelwijze van de gemachtigde van eiseres. In vele zaken dient hij een beroep op betalingsonmacht in, is het beroepschrift onvolledig en is hij onvoldoende beschikbaar voor zittingen. Daardoor loopt de afdoening van die zaken vertraging op. Dat is ook in deze zaak het geval. De termijn wordt verlengd met 6 maanden.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/2931
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. M.J.W. van den Kieboom)
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ-waarden van het bedrijfspand (hierna: het bedrijfsobject) aan de [adres] en de woning aan de [adres] voor het kalenderjaar 2021.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarden met de beschikking van 26 februari 2021 vastgesteld op € 200.000 voor het bedrijfsobject en € 332.000 voor de woning. De waarden zijn vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en gelden voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet zijn onder andere ook de aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2021 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 15 november 2021 (de bestreden uitspraak) de waarde van de woning gehandhaafd en de waarde van het bedrijfsobject verlaagd naar € 159.000. De heffingsambtenaar heeft een bedrag van € 530 als vergoeding van haar proceskosten voor het bezwaar aan eiseres toegekend.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres heeft nadere stukken ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en zijn taxateur C.L.M. van Summeren deelgenomen.