Home

Rechtbank Oost-Brabant, 15-08-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4029, 22/178

Rechtbank Oost-Brabant, 15-08-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4029, 22/178

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15 augustus 2023
Datum publicatie
28 augustus 2023
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:4029
Zaaknummer
22/178

Inhoudsindicatie

WOZ. Winkel in Boxmeer. Het eigen verkoopcijfer van de winkel is niet bruikbaar voor de onderbouwing van de waarde, omdat de winkel in verhuurde staat is verkocht en de heffingsambtenaar de verkoopprijs niet heeft gecorrigeerd voor de verhuurde staat, noch inzicht heeft geboden hoe het bestaande huurcontract van invloed is geweest op de prijsvorming bij de verkoop van de winkel.

Huurwaardekapitalisatiemethode. Partijen maken ook niet de huurwaarde en de gehanteerde kapitalisatiefactor aannemelijk, zodat de rechtbank de waarde in goede justitie bepaalt. Toekenning van verzoek immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 22/178

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiseres] B.V. uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk (voorheen: Boxmeer), de heffingsambtenaar

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van een winkel aan de [adres] voor het kalenderjaar 2021.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de winkel met de beschikking van 31 januari 2021 vastgesteld op € 568.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting gebruikersheffing 2021 opgelegd.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 9 december 2021 (de bestreden uitspraak) de waarde gehandhaafd.

1.3.

Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 13 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] , kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep