Rechtbank Oost-Brabant, 25-01-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:458, 22/131
Rechtbank Oost-Brabant, 25-01-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:458, 22/131
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 25 januari 2023
- Datum publicatie
- 27 februari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:458
- Zaaknummer
- 22/131
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woning. Met de toestand en ligging van de woning is voldoende en inzichtelijk rekening gehouden, wat ook geldt ten aanzien van de verschillen met de vergelijkingsobjecten. Zelfs als de heffingsambtenaar van een matige ligging van de woning was uitgegaan, zou hij met zijn taxatie nog aannemelijk kunnen maken dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Door het apart waarderen van een inpandige berging is eiser niet benadeeld, omdat daaraan een lagere waarde is toegekend dan aan de woning. Eiser heeft geen twijfel gezaaid over de aannemelijkheid van de vastgestelde waarde. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/131
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: A.L.M. Keeris).