Rechtbank Oost-Brabant, 28-09-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4775, 22/458
Rechtbank Oost-Brabant, 28-09-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4775, 22/458
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 28 september 2023
- Datum publicatie
- 29 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:4775
- Zaaknummer
- 22/458
Inhoudsindicatie
WOZ van een horecaruimte. De heffingsambtenaar heeft de kapitalisatiefactor voor het object onvoldoende inzichtelijk en dus onvoldoende aannemelijk gemaakt. Uit het taxatierapport volgt weliswaar inzichtelijk dat bij de vergelijkingsobjecten er rekening mee is gehouden dat de verkoop heeft plaatsgevonden in verhuurde staat, maar wordt verder niet duidelijk waar de kapitalisatiefactor op gebaseerd is. De enkele verwijzing naar de modelmatige waardering maakt dit ook niet inzichtelijk.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/458
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. M.J.W. van den Kieboom).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde1 van de horecaruimte aan de [adres] (het object).
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van het object met de beschikking van 26 februari 2021 vastgesteld op € 381.000 en deze geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. Hierbij zijn ook de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB), de rioolheffing en de bedrijfsinvesteringszone voor het kalenderjaar 2021 bekend gemaakt.
Eiser heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft met het bestreden besluit van 6 januari 2022 (de uitspraak op bezwaar) het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde van het object gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 25 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] , kantoorgenoot van de gemachtigde van eiser, C.L.M. van Summeren, taxateur van de heffingsambtenaar, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.