Home

Rechtbank Oost-Brabant, 04-10-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4817, 22/2881

Rechtbank Oost-Brabant, 04-10-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4817, 22/2881

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
4 oktober 2023
Datum publicatie
22 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:4817
Zaaknummer
22/2881

Inhoudsindicatie

Gemeentelijke aanslag. Beroep ongegrond. De heffingsambtenaar maakt aannemelijk dat de aanmaning, die is verzonden via “bulk runs” en een printservicebureau, eiser heeft bereikt. Gelet op het geautomatiseerde proces kan niet meer van de verzendadministratie worden verwacht dan wat de heffingsambtenaar heeft overgelegd en toegelicht.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 22/2881

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: mr. A.J. Griethuysen).

Inleiding

1.1.

Op 28 juni 2023 is eiser aangemaand in verband met het niet betalen van de aanslagen die aan hem op 23 februari 2022 zijn opgelegd in het aanslagbiljet 2021/2022. Vervolgens heeft eiser op 20 juli 2022 in verband daarmee een dwangbevel ontvangen.

1.2.

Eiser heeft met de brief van 22 oktober 2022 bezwaar gemaakt tegen de aanmaningskosten en de dwangbevelkosten.

1.3.

Met de uitspraak op bezwaar (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de kosten van de aanmaning en het dwangbevel gehandhaafd.

1.4.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak.

1.5.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.6.

Eiser heeft gereageerd op het verweerschrift.

1.7.

De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen.

1.8.

De griffier heeft eiser bij aangetekende brief uitgenodigd om deel te nemen aan de zitting. Eiser is niet naar de zitting gekomen en heeft de rechtbank niet van tevoren laten weten dat hij niet zou komen. Daarom heeft de griffier onderzocht of de aangetekende brief eiser heeft bereikt. Uit de informatie van PostNL blijkt dat de brief op 14 juli 2023 is bezorgd op het adres dat in het beroepschrift van eiser is vermeld. De rechtbank gaat er daarom van uit dat eiser op de hoogte was van de zitting.

Feiten

2. De heffingsambtenaar heeft op 23 februari 2022 aan eiser voor het jaar 2021 en 2022 verschillende aanslagen opgelegd met een bedrag van in totaal € 4.469,69.

2.1.

Eiser heeft de opgelegde aanslagen niet betaald binnen de daarvoor gegeven termijn.

2.2.

Met de aanmaning van 28 juni 2022 heeft de heffingsambtenaar aan eiser aanmaningskosten van € 18 opgelegd. Met deze aanmaning is aan eiser medegedeeld dat hij binnen 14 dagen na dagtekening van de aanmaning dient te betalen. Indien niet tijdig wordt betaald volgt een dwangbevel, waaraan ook weer kosten zullen zijn verbonden.

2.3.

Eiser heeft niet betaald binnen de daarvoor in de aanmaning gegeven termijn. Daarom heeft de heffingsambtenaar op 20 juli 2022 en dwangbevel verzonden en daarbij € 437 aan kosten in rekening gebracht.

2.4.

Op 27 juli heeft eiser een bedrag van € 4.469,65 aan de heffingsambtenaar voldaan. Na verwerking van deze betaling, stond nog een bedrag open van € 455,04.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep