Rechtbank Oost-Brabant, 13-10-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4948, 23/380
Rechtbank Oost-Brabant, 13-10-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4948, 23/380
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2023
- Datum publicatie
- 9 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:4948
- Zaaknummer
- 23/380
Inhoudsindicatie
Het bezwaarschrift voldoet niet aan artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht en de geconstateerde verzuimen zijn niet hersteld. De heffingsambtenaar heeft het bezwaarschrift gericht tegen de naheffingsaanslag kennelijk niet-ontvankelijk mogen verklaren en heeft eiser niet hoeven te horen.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 23/380
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente ’s-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(mr. R.A.M.T. Klaassen)
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 30 december 2022. In deze uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 22 september 2023. De heffingsambtenaar heeft zich schriftelijk voor de zitting afgemeld. Hoewel behoorlijk opgeroepen, de aangetekende uitnodiging van 19 juli 2023 is blijkens de track and trace registratie op 20 juli 2023 om 8:22 uur afgehaald op het PostNL-punt, is de gemachtigde van eiser zonder bericht niet naar de zitting gekomen.