Rechtbank Oost-Brabant, 09-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5305, 22/2686
Rechtbank Oost-Brabant, 09-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5305, 22/2686
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 9 november 2023
- Datum publicatie
- 29 oktober 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:5305
- Zaaknummer
- 22/2686
Inhoudsindicatie
Toeristenbelasting. Dat verblijfhouders op het recreatiepark wonen kan niet afdoen aan de heffing van toeristenbelasting. De heffingsambtenaar mag bij de heffing uitgaan van de gegevens in de BRP. Of het college van burgemeester en wethouders eventueel verplicht was verblijfhouders in te schrijven, is niet relevant. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt ook niet.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/2686
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Reusel-De Mierden, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: J.W.A. Roest en mr. T.C.A. Houkes).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de aanslag toeristenbelasting voor het belastingjaar 2021.
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres voor het belastingjaar 2021 een aanslag toeristenbelasting (met aanslagnummer [nummer] ) opgelegd van € 49.267,20.
Met de uitspraak op bezwaar van 29 september 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 28 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de heffingsambtenaar.