Home

Rechtbank Oost-Brabant, 23-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5476, 22/2788

Rechtbank Oost-Brabant, 23-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5476, 22/2788

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
23 november 2023
Datum publicatie
23 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:5476
Zaaknummer
22/2788

Inhoudsindicatie

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eisers betoog dat zijn intentie erop was gericht aangifte van parkeerbelasting te doen, slaagt niet. Hij is namelijk niet steeds bezig geweest om het parkeergeld te voldoen. De heffingsambtenaar heeft daarom terecht de naheffingsaanslag opgelegd. Toch is het beroep gegrond, omdat het door de heffingsambtenaar toegepaste parkeertarief onjuist is. Dit heeft de heffingsambtenaar op de zitting ook erkend. Hoewel eiser het toegepaste parkeertarief niet expliciet heeft bestreden, heeft de rechtbank toch aanleiding gezien de juistheid van het toegepaste tarief te beoordelen. Uit het beroepschrift blijkt immers dat het beroep is gericht tegen de gehele naheffingsaanslag

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 22/2788

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft op 27 juli 2022 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting (met aanslagnummer [nummer] opgelegd ter hoogte van € 69,69 wegens het parkeren zonder de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Dit bedrag omvat € 3,19 parkeerbelasting en € 66,50 kosten naheffing.

1.2.

Met de uitspraak op bezwaar van 10 oktober 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

1.3.

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eisers gemachtigde is niet verschenen.

1.6.

De griffier heeft bij aangetekende brief van 22 augustus 2023 de gemachtigde van eiser uitgenodigd om deel te nemen aan de zitting. Hij is niet naar de zitting gekomen en heeft de rechtbank niet van tevoren laten weten dat hij niet zou komen. Daarom heeft de griffier onderzocht of de aangetekende brief de gemachtigde van eiser heeft bereikt. Uit de informatie van PostNL blijkt dat de brief op 24 augustus 2023 is afgehaald bij een PostNLpunt. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de uitnodiging de gemachtigde van eiser heeft bereikt.

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep