Rechtbank Oost-Brabant, 24-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5483, 22/635
Rechtbank Oost-Brabant, 24-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5483, 22/635
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 november 2023
- Datum publicatie
- 12 december 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:5483
- Zaaknummer
- 22/635
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woonzorgcentrum. Gecorrigeerde vervangingswaarde. Aannemelijk is dat de door de heffingsambtenaar gehanteerde grondprijs een voldoende relatie met de markt heeft. De heffingsambtenaar heeft voldoende rekening gehouden met de objectsoort en bouwaard. Verlenging van de levensduur is voldoende inzichtelijk en controleerbaar. Vastgestelde waarde niet te hoog. Beroep ongegrond. Verzoek om immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen, omdat de (enig) bestuurder van eiseres heeft verklaard dat eiseres niet heeft geleden onder de (te) lange duur van de procedure.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/635
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ-waarde1 van het woonzorgcentrum Mariaoord aan de [adres] in [woonplaats] (het woonzorgcentrum).
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van het woonzorgcentrum met de beschikking van 30 juni 2021 vastgesteld en die geldt voor het kalenderjaar 2020. De waarde van het woonzorgcentrum is vastgesteld op € 25.625.000. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. Hierbij is ook de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2020 bekendgemaakt.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 26 januari 2022 (de bestreden uitspraak) het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van het woonzorgcentrum verlaagd naar € 23.388.000.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres heeft een aanvullend beroepschrift ingediend (dat door haarzelf conclusie van repliek is genoemd).
De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres [naam] , bijgestaan door taxateur [naam] , en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateurs [naam] en [naam] . De Staat heeft afgezien van het voeren van verweer.2