Rechtbank Oost-Brabant, 24-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5484, 21/739
Rechtbank Oost-Brabant, 24-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5484, 21/739
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 november 2023
- Datum publicatie
- 16 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:5484
- Zaaknummer
- 21/739
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering schoolgebouw. Objectafbakening. Het schoolgebouw en een naastgelegen object hadden op de waardepeildatum dezelfde eigenaar en gebruiker. Naar de omstandigheden beoordeeld behoorden deze objecten bij elkaar. Het object is dus te klein afgebakend. Beroep gegrond en de aanslag OZB voor het schoolgebouw wordt vernietigd. Het verzoek om immateriële schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/739
de stichting HAS Opleidingen, uit 's-Hertogenbosch, eiseres
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ-waarde1 van de HAS hogeschool aan de [adres] in [vestigingsplaats] (het schoolgebouw).
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van het schoolgebouw met de beschikking van 29 februari 2020 vastgesteld en die geldt voor het kalenderjaar 2020. De waarde van het schoolgebouw is vastgesteld op € 22.398.000. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. Hierbij is ook de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2020 bekend gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 5 februari 2021 (de bestreden uitspraak) het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van het schoolgebouw verlaagd naar € 21.280.000.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres heeft een aanvullend beroepschrift ingediend.
De rechtbank heeft partijen schriftelijk geïnformeerd dat zij op de zitting de objectafbakening aan de orde wil stellen en partijen in de gelegenheid gesteld om zich daarover op voorhand schriftelijk uit te laten. Zowel eiseres als de heffingsambtenaar hebben naar aanleiding daarvan een schriftelijke reactie gegeven.
De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres [naam] , bijgestaan door taxateur H.M. Nijzink, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateurs ing. P.H.R.J. Roijmans en W.H. Lemckert. De Staat heeft afgezien van het voeren van verweer.2