Home

Rechtbank Oost-Brabant, 27-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5506, 21/2802

Rechtbank Oost-Brabant, 27-11-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5506, 21/2802

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
27 november 2023
Datum publicatie
16 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:5506
Zaaknummer
21/2802

Inhoudsindicatie

WOZ-waarde van een zwembad. Gecorrigeerde vervangingswaarde. De heffingsambtenaar heeft de verlenging van de levensduur onvoldoende onderbouwd en de restwaarde onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het beroep is gegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen. Bij de berekening van de proceskosten die eiseres heeft gemaakt in verband met het verzoek om schadevergoeding hanteert de rechtbank de wegingsfactor 0,25 (zeer licht).

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 21/2802

uitspraak van de meervoudige kamer van 27 november 2023 in de zaak tussen

[eiseres] B.V. uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] )

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: S.A. van Eck).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van een zwembad aan de [adres] .

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde met de beschikking van 24 februari 2021 vastgesteld op € 2.100.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 naar de toestand op 1 januari 2021 en geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar voor het zwembad ook de aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) 2021 eigenaar en gebruiker niet-woning opgelegd.1.2. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 8 oktober 2021 (de bestreden uitspraak) de waarde van het zwembad verlaagd naar € 1.995.000 en ook de op die waarde gebaseerde aanslagen verminderd. Daarbij is een proceskostenvergoeding toegekend van € 530.

1.3.

Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. 1.4. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatierapport.

1.5.

Zowel eiseres als de heffingsambtenaar hebben nadere stukken ingebracht.

1.6.

De rechtbank heeft het beroep op 28 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] als waarnemer van de gemachtigde van eiseres, bijgestaan door zijn taxateur E.M.J. Brandsen, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, tevens taxateur.

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep