Rechtbank Oost-Brabant, 01-03-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:801, 21/3291
Rechtbank Oost-Brabant, 01-03-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:801, 21/3291
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 1 maart 2023
- Datum publicatie
- 14 maart 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2023:801
- Zaaknummer
- 21/3291
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Beroep ontvankelijk, ondanks dat het rechtsgeldig is ingetrokken. De rechtbank kan namelijk niet vaststellen of de intrekking dan wel het bericht dat eiseres van intrekking wilde afzien de rechtbank eerder heeft bereikt. Vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en voldoende en inzichtelijk rekening gehouden met de verschillen. De door eiseres aangevoerde beroepsgronden berusten deels op een onjuiste lezing van de taxatie (die niet uitgaat van de HKW-methode maar de vergelijkingsmethode) en zijn deels in strijd met de goede procesorde pas op de zitting aangevoerd en bestaan voor het overige slechts uit algemeenheden. Beroep ongegrond. Verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 21/3291
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van de onroerende zaak aan de [adres] .
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak met de WOZ-beschikking van 26 februari 2021 vastgesteld op € 7.522.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor de onroerende zaak opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 31 augustus 2021 de waarde van de onroerende zaak gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
Eiseres heeft nadere stukken ingediend.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en de taxateur van de heffingsambtenaar ing. P.H.R. J. Roijmans deelgenomen.