Rechtbank Oost-Brabant, 16-01-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:109, 23/238
Rechtbank Oost-Brabant, 16-01-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:109, 23/238
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 januari 2024
- Datum publicatie
- 5 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:109
- Zaaknummer
- 23/238
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde. Het object is naar aard en inrichting bestemd en geschikt om enigszins duurzaam gebruikt te worden voor menselijke bewoning en dat betekent dat het object valt onder het begrip ‘woning’. De heffingsambtenaar mocht het object als recreatiewoning aanmerken. Maar hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de waarde niet te hoog heeft vastgesteld, want het is de rechtbank niet gebleken dat hij rekening heeft gehouden met de beperkingen in de gebruikersmogelijkheden. Volgens het bestemmingsplan mag het object namelijk niet worden bewoond en die beperking geldt niet voor de vergelijkingsobjecten.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 23/238
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Land van Cuijk, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van het object aan de [adres] . Eiser is eigenaar en gebruiker van dit object.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde met de beschikking van
30 september 2022 vastgesteld op € 273.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021 en geldt voor het kalenderjaar 2022. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. Hierbij is ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2022 bekendgemaakt.
Met de uitspraak op bezwaar van 29 december 2022 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar de waarde van het object gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep op 5 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn gemachtigde deelgenomen. De heffingsambtenaar was niet aanwezig. De rechtbank heeft hem met de brief van 14 december 2023 uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de zitting en in deze brief staan plaats en tijdstip van de zitting. Deze brief is digitaal verstuurd via MijnRechtspraak. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank niet laten weten dat hij niet aan de zitting zou deelnemen.