Rechtbank Oost-Brabant, 02-05-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:1774, 23/368
Rechtbank Oost-Brabant, 02-05-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:1774, 23/368
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 2 mei 2024
- Datum publicatie
- 27 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:1774
- Zaaknummer
- 23/368
Inhoudsindicatie
WOZ-woning, afvalstoffenheffing en hondenbelasting. De hoorplicht is geschonden. De bewijslast dat eiser is gehoord, ligt bij de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar heeft niet kunnen aantonen dat het gehouden telefoongesprek voldoet aan de vereisten die afdeling 7.2 van de Awb aan een hoorzitting stelt. Dit gebrek kan niet gepasseerd worden met toepassing van artikel 6:22 van de Awb omdat eiser, gelet op het verschil van mening over de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan, door de gang van zaken is benadeeld
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 23/368
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven
(gemachtigde: M. Sengers).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] voor het kalenderjaar 2022, de aanslag Afvalstoffenheffing 2022 en de aanslag Hondenbelasting 2022.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de woning met de beschikking van 25 februari 2022 vastgesteld op € 336.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021 en voor het kalenderjaar 2022. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting 2022, de aanslag Afvalstoffenheffing ter hoogte van € 244,48 en de aanslag Hondenbelasting ter hoogte van
€ 82 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 15 december 2022 (de bestreden uitspraak) de waarde gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 19 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateur J. Verbeek.