Rechtbank Oost-Brabant, 10-05-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2050, 23/748
Rechtbank Oost-Brabant, 10-05-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2050, 23/748
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 mei 2024
- Datum publicatie
- 5 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:2050
- Zaaknummer
- 23/748
Inhoudsindicatie
.Aanslag afrekening afvalledigingen. Beroep ongegrond. Geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de heffingsambtenaar. Eiser heeft geen twijfel gezaaid over het aantal aangeslagen ledigingen. De rechtbank sluit met betrekking tot de hoogte van de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn aan bij de rechtspraak hierover in WOZ-zaken. De afvalstoffenheffing is een eenmalige belastingaanslag die niet doorwerkt in de toekomst. Het belang van het voeren van een procedure is een laag financieel bedrag. Er is aanleiding is om een lagere immateriële schadevergoeding toe te kennen tot een bedrag van € 50 per halfjaar.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 23/748
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. J. van Gemert),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Helmond, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: B. Stommels).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 januari 2023.
Met een op 31 januari 2022 gedagtekend aanslagbiljet, heeft de heffingsambtenaar aan eiser een aanslag afrekening afvalledigingen voor het belastingjaar 2021 opgelegd voor het object [adres] in Helmond. De aanslag betreft 21 ledigingen van een restafvalcontainer van 240 liter.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 30 januari 2023 (de bestreden uitspraak) het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld en een aanvullend beroepschrift ingediend.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft een nader stuk ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 29 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen.