Rechtbank Oost-Brabant, 17-04-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2787, C-01-394597 - HA ZA 23-424
Rechtbank Oost-Brabant, 17-04-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2787, C-01-394597 - HA ZA 23-424
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 17 april 2024
- Datum publicatie
- 13 februari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:2787
- Zaaknummer
- C-01-394597 - HA ZA 23-424
Inhoudsindicatie
Overname van aandelen. Prijs. Billijke verhoging? Beide partijen hebben een rol gespeeld in het ontstaan van het conflict. De waarde van de aandelen is nihil (faillissement).
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/394597 / HA ZA 23-424
Vonnis van 17 april 2024
in de zaak van
MBH B.V.,
te Veldhoven,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: MBH,
advocaat: mr. A.A. Leroux te Eindhoven,
tegen
NKH B.V.,
te Eindhoven,
verwerende partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: NKH,
advocaat: mr. H.J.M. Smelt te Eindhoven.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties - de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties, - de brief van de rechtbank van 8 november 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties,
- de akten overlegging producties ten behoeve van de mondelinge behandeling van de zijde van NKH,
- de mondelinge behandeling van 6 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en bij welke gelegenheid mr. Smelt pleitaantekeningen heeft overgelegd.
Aan het einde van de mondelinge behandeling is een datum voor uitspraak bepaald.
2 De feiten
MBH is een vennootschap waarvan de heer [A] (hierna: [A] ) bestuurder en enig aandeelhouder is.
NKH is een vennootschap waarvan de heer [B] (hierna: [B] ) bestuurder en enig aandeelhouder is.
[A] en [B] hebben elkaar leren kennen omstreeks 2002 toen zij lid waren van hetzelfde studentendispuut.
In 2006 is [B] de eenmanszaak Omines gestart, gericht op het ontwikkelen van technisch geavanceerde internetsites.
Tijdens een lustrumreis van hun dispuut in de zomer van 2008 hebben [A] en
[B] plannen besproken om te gaan samenwerken.
Op 1 september 2009 is [A] bij Omines in dienst getreden. Hij werd verantwoordelijk voor marketing en sales.
In 2012 heeft [B] zijn eenmanszaak Omines ingebracht in kapitaalvennootschappen. Daarbij werd de onderneming gesplitst. Personeel, projectwerk, klanten en alle eigendommen werden in de werkmaatschappij Omines Internetbureau B.V. (hierna: Omines Internetbureau) ondergebracht. Servicecontracten werden in een aparte vennootschap Omines Services B.V. (hierna: Omines Services) ondergebracht.
Omines Internetbureau is een volle dochter van NKH.
MBH is sinds de oprichting 49 % aandeelhouder in het kapitaal van Omines Services. NKH houdt sinds de oprichting de overige 51% van de aandelen in Omines Services. De nominale inbreng werd bij oprichting tegen de symbolische waarde van € 1,-- gewaardeerd. NKH werd bij de oprichting van Omines Services benoemd tot enig en zelfstandig bevoegd directeur/bestuurder.
Op 31 juli 2018 is tussen [A] en een ander MT-lid van Omines Internetbureau een conflict ontstaan. Dat conflict heeft ertoe geleid dat [A] de betreffende medewerker fysiek heeft aangevallen en daarna naar huis is gegaan. [A] heeft zich vervolgens ziekgemeld. Na een korte werkhervatting in november 2018 heeft er wederom een incident plaatsgevonden waarbij [A] betrokken was. [A] heeft zijn werkzaamheden voor Omines Services / Internetbureau daarna nooit meer hervat.
[A] enerzijds en Omines Internetbureau anderzijds hebben meerdere gerechtelijke procedures gevoerd, onder meer over vermeende bonusaanspraken van [A] , over ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [A] en over de rechtsgeldigheid van een aan [A] gegeven ontslag op staande voet.
Op 13 januari 2022 hebben [A] en Omines Internetbureau tijdens een procedure in hoger beroep een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van de tussen hen bestaande arbeidsrelatie.
MBH en NKH zijn nog steeds beide aandeelhouder van Omines Services.
[A] stelt zich vanaf medio 2019 op het standpunt dat er door NKH (althans [B] ) gerommeld wordt met de administratie van Omines Services. [A] heeft de juistheid van de jaarcijfers van Omines Services in twijfel getrokken. Volgens [A] is de post 'activiteitvergoeding' incorrect en veel te hoog omdat veel niet service gerelateerde uren (zoals projecturen) door Omines Internetbureau aan Omines Services werden doorbelast, terwijl Omines Internetbureau deze uren zelf aan klanten in rekening had moeten brengen. Volgens [A] werd vrijwel alles wat in Omines Services aan liquiditeit achterbleef op deze wijze door NKH ‘leeg gefactureerd’ ten gunste van Omines Internetbureau.
Op 11 september 2020 heeft MBH een verzoekschrift ingediend bij de
de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam (hierna: de Ondernemingskamer) om een enquêteprocedure in te stellen naar de gang van zaken bij Omines Services.
Bij beschikking van 19 januari 2021 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Omines Services over de periode vanaf 1 januari 2013. Diezelfde dag heeft de Ondernemingskamer bij een tweede beschikking drs. E.A. [C] RA (hierna: mevrouw [C] ) aangewezen als onderzoeker. Op 1 oktober 2021 heeft mevrouw [C] het verslag met bijlagen van het onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
Bij beschikking van 8 juni 2022 heeft de Ondernemingskamer onder meer overwogen:
. De bij Omines Services in rekening gebrachte "voorschotten" (tot 1 juli 2019) en uren (vanaf 1 juli 2019) zijn altijd onverkort voldaan aan Omines Internetbureau. Een juiste facturatie was weliswaar in de eerste plaats een zaak van Omines Internetbureau, maar het al dan niet accepteren en betalen van die facturen door Omines Services was een taak van het bestuur van Omines Services. Bij het facturatiebeleid en de acceptatie daarvan waren de belangen van Omines Internetbureau en Omines Services tegengesteld: hoe meer kosten in rekening gebracht werden bij Omines Services, hoe meer winst er werd gemaakt in Omines
Internetbureau en hoe minder in Omines Services. Aan beide kanten is NKH enig bestuurder. NKH is daarnaast enig aandeelhouder van Omines Internetbureau, terwijl zij in Omines Services eventuele winst heeft te delen met medeaandeelhouder MBH. Daarmee was het belang van bestuurder/aandeelhouder NKH ook tegengesteld aan dat van Omines Services.
(...)
Uit het onderzoeksverslag is gebleken dat NKH de op haar rustende verplichtingen die in dit kader gelden, heeft geschonden. NKH heeft telkens zelfstandig als bestuurder namens Omines Services besloten om de van Omines Internetbureau afkomstige facturen onverkort te accepteren en te voldoen. Als geconflicteerde bestuurder had NKH het beleid met betrekking tot de doorbelaste kosten — wat neerkwam op het klakkeloos accepteren van de facturen — niet zelf op deze wijze mogen bepalen. NKH heeft daarbij gehandeld in strijd met de belangen van
Omines Services en heeft verzuimd de jegens [A] als minderheidsaandeelhouder van Omines Services vereiste zorgvuldigheid en transparantie te betrachten. Dat de transacties onder redelijke en marktconforme voorwaarden plaatsvonden en dat de transacties daarmee zakelijk verantwoord waren, is geenszins gebleken. Omines Internetbureau heeft blijkens het
onderzoeksverslag substantieel te veel uren in rekening gebracht bij Omines Services en NKH heeft, als bestuurder van Omines Services, die doorbelasting zonder meer aanvaard, terwijl die doorbelasting geenszins op transparante wijze plaatsvond en evenmin voldoende herleidbaar werd gedocumenteerd. Op deze wijze is Omines Internetbureau ten onrechte verrijkt ten koste van Omines Services. Het betoog van NKH dat [A] inzage had in de gehele financiële administratie, wat daar verder van zij, doet aan het voorgaande niet af. De onderzoeker heeft vastgesteld dat [A] in elk geval geen inzicht had in de transacties
tussen Omines Services en Omines Internetbureau. Evenmin slaagt een beroep op het als productie 38 overgelegde "Besluit tegenstrijdig belang" d.d. 28 januari 2013, nu dat alleen zag op een mogelijk tegenstrijdig belang in verband met de inbreng destijds door NKH in Omines Services.
(...)”
De Ondernemingskamer heeft vervolgens beslist:
- dat er sprake is van wanbeleid van Omines Services in de periode vanaf 2013 tot en met 19 januari 2021;
- dat NKH voor dat wanbeleid verantwoordelijk is;
- dat NKH als bestuurder van Omines Services bij wijze van voorziening voor de duur van 2 jaren is geschorst;
- dat bij wijze van voorziening voor de duur van 2 jaren een nader aan te wijzen en aan
partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Omines Services zal worden benoemd;
- dat bij wijze van voorziening voor de duur van 2 jaren de door NKH gehouden aandelen in
Omines Services met uitzondering van één aandeel ten titel van beheer met ingang van 8 juni 2022 aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon zijn overgedragen.
Bij beschikking van 10 juni 2022 heeft de Ondernemingskamer mr. [D] als bestuurder van Omines Services aangewezen en mr. [E] als beheerder van aandelen.
Ter beslechting van hun aandeelhoudersgeschil hebben MBH en NKH via mr. [D] over en weer schikkingsvoorstellen gedaan tot overname van de aandelen, maar zij hebben geen overeenstemming weten te bereiken.
Op 1 februari 2024 zijn MBH en NKH door mr. [D] op de hoogte gebracht van acute betalingsonmacht bij Omines Services en zijn zij uitgenodigd voor een aandeelhoudersvergadering op 23 februari 2024. De agendapunten waren het bijstorten van kapitaal door de aandeelhouders of het aanvragen van het faillissement van Omines Services. MBH en NKH hebben tijdens deze vergadering tegen het voorstel gestemd om bij te storten. Verder hebben NKH en de beheerder van aandelen vóór het voorstel gestemd om Omines Services failliet te laten verklaren. MBH heeft tegengestemd. Voor een besluit tot het doen van aangifte tot faillietverklaring (of tot surseance) heeft het bestuur krachtens de statuten van Omines Services een meerderheid van de aandeelhouders van tenminste twee derde nodig. Die meerderheid is niet behaald.
Vanwege de acute liquiditeitsproblemen bij Omines Services, de weigering van de aandeelhouders om bij te storten en ter voorkoming van (meer) onbetaalde werkzaamheden heeft mr. [D] de Ondernemingskamer verzocht hem te ontheffen als bestuurder van Omines Services.
Op 27 februari 2024 is namens een crediteur van Omines Services, [F] , een laatste sommatie gestuurd voor haar openstaande facturen, onder vooraankondiging van een faillissementsaanvraag.
3 Het geschil
in conventie
MBH vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I.
NKH te veroordelen de negenenveertig (49) door MBH in het kapitaal van
Omines Services gehouden aandelen, genummerd 52 t/m 100 in eigendom te
aanvaarden, binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, tegen gelijktijdige
betaling van een door de rechtbank vast te stellen prijs, met de bepaling dat indien
de prijs voor de aandelen niet binnen deze termijn is voldaan, hierover vanaf de 8e
dag wettelijke rente op de voet van het bepaalde in artikel 6:119a BW verschuldigd
is;
ll.
NKH te veroordelen in de buitengerechtelijke expertisekosten van MBH,
voor een totaalbedrag groot € 4.668,18 te vermeerderen met de wettelijke
handelsrente, althans de wettelijke rente vanaf 26 maart 2020;
III.
NKH te veroordelen het restant van de nakosten- en betekeningskosten, die
voortvloeien uit de op 16 juni 2022 door de deurwaarder betekende beschikking
van de Ondernemingskamer van 8 juni 2022, groot € 219,12 aan MBH te voldoen;
IV.
één of meer deskundigen te benoemen die binnen een door de rechtbank te
bepalen termijn over de prijs van de aandelen schriftelijk bericht moet(en)
uitbrengen, met bepaling dat het door de deskundige(n) in rekening te
brengen voorschot op een door de rechtbank aan te geven wijze door NKH
moet worden voldaan;
en, nadat de deskundige(n) bericht heeft (hebben) uitgebracht:
V.
de prijs voor de aandelen vast te stellen en daarbij een billijke verhoging ex. art.
2:343 lid 4 BW toe te passen in verband met gedragingen van NKH die tot
vermindering van de waarde van de over te dragen aandelen hebben geleid;
VI.
NKH te veroordelen in de proceskosten, de kosten voor een aan te stellen deskundige en de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
NKH voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van MBH, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van MBH, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van MBH in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
NKH vordert:
1.
voorwaardelijk, voor het geval de rechtbank voornemens zou zijn een hogere waardebepaling toe te kennen dan de nominale waarde van € 0,49, dan wel voor het geval de rechtbank voornemens zou zijn een deskundige aan te wijzen om tot een waardebepaling te komen, MBH te veroordelen de 51 aandelen die door NKH in het kapitaal van Omines Services worden gehouden genummerd 1 t/m 51 in eigendom te aanvaarden, binnen 14 dagen na betekening van het vonnis onder betaling van € 0,51 en MBH te verplichten haar volledige medewerking te verlenen aan de notariële overdracht van de aandelen binnen 30 dagen na betekening van het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag(deel) dat MBH niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 50.000,-- dan wel op straffe van een in goede justitie te bepalen dwangsom;
2.
te verklaren voor recht dat MBH aansprakelijk is voor 49% van de schulden aan openstaande debiteuren van Omines Services;
3.
MBH te veroordelen in de proceskosten inclusief nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente (ex artikel 6:119 BW).
MBH voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van NKH, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van NKH, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van NKH in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.