Rechtbank Oost-Brabant, 01-07-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3035, 23/2285
Rechtbank Oost-Brabant, 01-07-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3035, 23/2285
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 1 juli 2024
- Datum publicatie
- 24 september 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:3035
- Zaaknummer
- 23/2285
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woning. Vergelijkingsmethode. Vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar. De heffingsambtenaar heeft voldoende rekening gehouden met de voorzieningen en het onderhoud van de woning. Beroep ongegrond. Verzoek van de heffingsambtenaar om de gemachtigde van eiseres een waarschuwing te geven vanwege de kwaliteit van de taxatie en de beroepsgronden, om na te gaan of eiseres via haar gemachtigde een directe opdracht heeft gegeven voor de taxatie en om eiser te veroordelen in de proceskosten. Verzoeken afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 23/2285
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van een woning aan de [adres] in [woonplaats] .
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de woning met de beschikking van 24 februari 2023 vastgesteld op € 570.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2022 en geldt voor het kalenderjaar 2023. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de onroerendezaakbelasting (OZB), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing 2023 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 16 augustus 2023 (de bestreden uitspraak) de waarde gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 6 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door de heer [naam] . De gemachtigde van eiseres is zonder van bericht van verhindering niet verschenen, hoewel hij met een aangetekende brief voor de zitting is uitgenodigd. PostNL heeft op 10 mei 2024 de brief bij de gemachtigde van eiseres geprobeerd te bezorgen, maar deze bezorging is niet gelukt. De brief is daarom op 13 mei 2024 bij een PostNL-punt ter afhaling gelegd. De gemachtigde van eiseres heeft de brief niet afgehaald. De brief is daarom retour gestuurd naar de rechtbank. De gemachtigde van eiseres is dus op de juiste manier opgeroepen voor de zitting. Dat de gemachtigde van eiseres de brief niet bij het PostNL-punt heeft afgehaald, komt voor zijn risico.