Rechtbank Oost-Brabant, 09-04-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3053, SHE 23/1778 en 23/3344
Rechtbank Oost-Brabant, 09-04-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3053, SHE 23/1778 en 23/3344
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 9 april 2024
- Datum publicatie
- 1 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:3053
- Zaaknummer
- SHE 23/1778 en 23/3344
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Eiser heeft een parkeervergunning voor zijn eigen auto. In korte tijd is zijn auto twee keer voor reparatie naar de garage geweest en had hij telkens een huurauto. Eiser heeft de eerste huurauto op zijn vergunning gezet, maar met het op enig moment terugregistreren van zijn eigen auto is iets niet goed gegaan waardoor hij twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting kreeg. De huidige lijn in de rechtspraak biedt in dit geval geen ruimte voor coulance. Daarover heeft de rechtbank prejudiciële vragen over aan de Hoge Raad gesteld (ECLI:NL:RBOBR:2023:5711). Van eiser hoeft de beantwoording niet te worden afgewacht. Hij is er klaar mee en berust erin dat zijn zaak volgens de huidige lijn in de rechtspraak wordt afgedaan. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummers: SHE 23/1778 en SHE 23/3344
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: M. Sengers).