Rechtbank Oost-Brabant, 01-05-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3178, 22/2076
Rechtbank Oost-Brabant, 01-05-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3178, 22/2076
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 1 mei 2024
- Datum publicatie
- 8 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:3178
- Zaaknummer
- 22/2076
Inhoudsindicatie
WOZ. Niet-ontvankelijk. Waarde staat in beroep niet ter discussie. Eiser kan met het verkrijgen van de op de zaak betrekking hebbende stukken niet in een gunstiger positie terecht komen.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/2076
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. A.G. Hendriks).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar (hierna: de bestreden uitspraak) van de heffingsambtenaar van 26 juli 2022.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2022 de waarde van de woning [adres] (hierna: de woning) vastgesteld op € 272.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021 en geldt voor het kalenderjaar 2022. Tegelijk met deze waardevaststelling zijn aan eiser ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing gebruikersdeelwoning, rioolheffing eigenarendeel voor het kalenderjaar 2022 en de afvalstoffenheffing variabel voor het kalenderjaar 2021 bekendgemaakt.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De heffingsambtenaar heeft een nader stuk ingediend. Daarna heeft eiser een nader stuk ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: P.J.T. Loijen, namens de gemachtigde van eiser, en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.