Rechtbank Oost-Brabant, 12-01-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:381, C/01/398039 / KG ZA 23-539
Rechtbank Oost-Brabant, 12-01-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:381, C/01/398039 / KG ZA 23-539
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 12 januari 2024
- Datum publicatie
- 5 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:381
- Zaaknummer
- C/01/398039 / KG ZA 23-539
Inhoudsindicatie
Kort geding. Niet aannemelijk dat de door de Hoge Raad in het Didam-arrest geformuleerde uitzondering van toepassing is.
Uitspraak
vonnis
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/398039 / KG ZA 23-539
Vonnis in kort geding van 12 januari 2024
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. H.S. Memelink te Zevenbergen,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
WATERSCHAP DE DOMMEL,
gevestigd te Boxtel,
gedaagde,
advocaat mr. J.A.M. van Heijningen en mr. A.W. van Dooren te 's-Hertogenbosch.
Partijen zullen hierna [eiser] en Waterschap De Dommel respectievelijk het Waterschap genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de per brief ontvangen dagvaarding van 30 oktober 2023 met daarbij 8 producties
- -
-
de conclusie van antwoord met 23 producties
- -
-
de brief van mr. Memelink van 15 december 2023 met aanvullende producties 9 tot en met 19
- -
-
de mondelinge behandeling op 19 december 2023, waarbij Waterschap De Dommel – met goedvinden van [eiser] – nog een 4-tal tekeningen/plattegronden (op A-3 formaat) inzake de Inrichting EVZ [rivier] Boxtel heeft overgelegd
- -
-
de pleitnota van [eiser]
- -
-
de pleitnota van Waterschap De Dommel.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
[eiser] exploiteert een (kleinschalig) akkerbouwbedrijf aan het adres [adres] te [plaats] . Hij beschikt daartoe - onder andere – als eigenaar over de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente [gemeente] , [kadastrale aanduiding 1] en [kadastrale aanduiding 2] .
In het gebied waar [eiser] zijn onderneming drijft stroomt [rivier] . [rivier] is gelegen in natuurgebied [naam natuurgebied 1] en [naam natuurgebied 2] en maakt daarmee zowel onderdeel uit van een Natura 2000-gebied als van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Op grond van de Wet Natuurbescherming (Wnb) moeten in dit gebied ecologische verbindingszones (EVZ) worden aangelegd, corridors, ter bescherming van de EVZ-doelsoorten.
In 2006 is een aanvang gemaakt met realisering van de EVZ die circa 3,8 km lang zal zijn. Om tot realisering van de EVZ te komen heeft Waterschap De Dommel al vanaf 2006 daarvoor noodzakelijke percelen in eigendom verworven, waaronder in 2010 de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] van [eiser] . Deze percelen zijn gelegen langs [rivier] en binnen de EVZ en grenzen direct aan de eerder genoemde percelen [kadastrale aanduiding 1] en [kadastrale aanduiding 2] van [eiser] .
Na verkoop en levering door [eiser] van de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] aan Waterschap De Dommel in 2010 heeft zijn zoon [naam zoon] , (hierna ook te noemen [naam zoon] ), het Waterschap vanaf 2021 benaderd met de vraag of hij de betreffende percelen weer zelf kon gebruiken voor een door hem voorgestane landgoedontwikkeling die hij aanduidt als: " [naam landgoedontwikkeling] ". De bedoeling van [eiser] is om de waterschapspercelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] onder meer te gebruiken als akker voor het telen van Sorghumgraan en begrazing door Hereford runderen. [eiser] heeft het Waterschap in dat kader een Inrichtingsplan ' [naam landgoedontwikkeling] " toegezonden en vervolgens een concept Inrichtingsplan [perceelnummer 1] - [perceelnummer 2] waarin hij zijn plannen uiteen heeft gezet over inrichting, beheer en onderhoud van zijn landgoedontwikkeling op de waterschappercelen [perceelnummer 1] een [perceelnummer 2] . [eiser] wil daarmee voldoen aan de - subsidie -voorwaarden voor realisering van een landgoed op grond van de Natuurschoonwet 1928 (NSW). [eiser] heeft de percelen bovendien nodig om een aaneengesloten gebied van 5 ha te vormen op grond waarvan het landgoed voor erkenning onder de NSW in aanmerking komt. Het Waterschap heeft zich op het standpunt gesteld dat de landgoedontwikkeling en de inrichting van de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] volgens de door [eiser] overgelegde inrichtingsplannen niet in overeenstemming waren met de vereiste inrichting van de EVZ.
Op 2 februari 2022 heeft [eiser] bij het Waterschap: het [naam inrichtingsvoorstel] , [perceelnummer 1] - [perceelnummer 2] - [perceelnummer 3] Ecologische Verbindingszone [rivier] [plaats] ", ingediend. Bij e-mailbericht van 27 september 2022 heeft het Waterschap het inrichtingsvoorstel van [eiser] , onder verwijzing naar de eisen, doelstellingen van de EVZ en het beleid van het Waterschap afgewezen.
Bij brief van 19 december 2022 gericht aan de Watergraaf van het Waterschap heeft [eiser] (wederom) aangegeven dat hij een NSW-landgoed wil realiseren en dat hij daarvoor de waterschapspercelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] wil gebruiken. [eiser] heeft daartoe wederom een inrichtingsvoorstel ingediend. Dit inrichtingsvoorstel is door het Waterschap bij brief van 16 januari 2023 gemotiveerd afgewezen.
Het Waterschap heeft conform art. 5.4 van de Waterwet voor aanleg en wijziging van de waterstaatswerken met als doel realisering van EVZ een ontwerp-projectplan vastgesteld. Voor de vaststelling van het projectplan is door het Waterschap de uniforme openbare voorbereidingsprocedure gevolgd. Het Waterschap heeft een informatieavond over het ontwerp projectplan georganiseerd die op 11 oktober 2021 heeft plaatsgevonden.
Tijdens deze informatieavond zijn de achtergronden, eisen en gestelde voorwaarden voor realisering van de EVZ toegelicht. [eiser] was bij deze informatiebijeenkomst aanwezig.
Het Waterschap werkt ter realisering van de EVZ en ter uitvoering van zijn taak samen met de Provincie, gemeente, Stichting Brabants Landschap (BL) en particuliere initiatieven. Het Waterschap en BL hebben in het "Projectplangebied" (EVZ) percelen grond in eigendom die deels aan elkaar grenzen.
De EVZ waarbinnen de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] zijn gelegen en waarvan [rivier] onderdeel uitmaakt bestaat uit een natte natuurzone (hierna: NNZ) en een droge natuurzone (hierna: DNZ). De EVZ heeft, te rekenen vanaf [rivier] , een gemiddelde breedte van circa 25 m. De NNZ-zone heeft een gemiddelde breedte van 10 m te rekenen vanaf [rivier] . De hiervoor genoemde circa 10 m worden aangeduid als: "oeverpercelen", zijnde perceelgedeelten die direct grenzen aan de A watergang en welke het Waterschap in eigendom wil behouden. Het Waterschap wil verder de oeverpercelen, voor zover deze nog niet zijn eigendom zijn verwerven, beheren en onderhouden. De resterende 15 m (DNZ) hoeft niet door het Waterschap te worden beheerd. Deze perceelgedeelten kunnen beter door een andere deskundige terreinbeheerder worden beheerd conform de eisen/voorwaarden waaraan een EVZ dient te voldoen en zoals vastgelegd in de hiervoor vermelde regelingen, plannen, beleid, welke mede zijn weerslag heeft in het door het Waterschap vastgestelde ontwerp-projectplan. Het Waterschap behoudt, beheert en onderhoudt aldus de NNZ van de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] en is voornemens het droge deel (NDZ) van de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] ter breedte van 15 m te ruilen met de (natte) oeverpercelen die in eigendom zijn van BL.
Het Waterschap heeft daartoe op 31 maart 2023 een "ruil/verkoopovereenkomst” gesloten met BL. Deze overeenkomst is aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat er sprake is van een onherroepelijke uitspraak van de rechter dat een betreffende derde geen aanspraak kan maken op de grondtransactie.
Op 25 april 2023 (Waterschapsblad publicatienummer [nummer] ) heeft het Waterschap een aankondiging gepubliceerd van een voornemen tot het verkopen van diverse percelen, waaronder de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] . In de aankondiging is - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:
“Het waterschap is van mening dat bij voorgenoemde transactie geen openbare selectieprocedure vereist is omdat in deze situatie bij voorbaat vaststaat, althans redelijkerwijs mag worden aangenomen, dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts aspirant-koper in aanmerking komt voor aankoop. De motivatie is als volgt:
1. Alleen aspirant-koper is in staat om de benodigde gronden voor de waterloop en de natuurvriendelijke oevers aan het waterschap te leveren. Ter compensatie worden bovengenoemde percelen door het waterschap aan aspirant-koper aangeboden;
2. De percelen worden als één geheel als natuurgronden beheerd door één partij conform de doelstellingen van de EVZ;
3. De percelen grenzen grotendeels aan de gronden van de aspirant-koper.”
[eiser] is bij brief van zijn advocaat van 8 mei 2023 opgekomen tegen het voornemen van Waterschap De Dommel om de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] te verkopen/ruilen met BL zoals vermeld in de aankondiging van 25 april 2023.
Het Waterschap heeft naar aanleiding daarvan besloten de hiervoor genoemde aankondiging van 25 april 2023 in te trekken en de voorgenomen verkoop op te schorten. Bij e-mailbericht van 10 mei 2023 heeft de advocaat van het Waterschap het volgende laten weten aan [eiser] :
“(...)
Vooralsnog wordt de verkoop van onderhavige percelen 'on hold' gezet. Hetzelfde geldt voor de in onderhavige publicatie gestelde termijn van 20 dagen. Met uw cliënt is afgesproken dat de suggesties die hij tijdens voornoemd gesprek heeft gedaan, nader beoordeeld zullen worden door onze projectleider in samenspraak met o.a. een ecoloog en de door uw cliënt benaderde deskundige van de coöperatieve vereniging Bosgroep Zuid Nederland.
Afgesproken is tevens dat uw cliënt zijn 'aanvullingen' vervolgens formeel aan het waterschap kenbaar zal maken. Het waterschap zal alsdan beoordelen of deze wel of niet verenigbaar zijn met het huidige plan dan wel daarvoor een verrijking kunnen betekenen.
Vanwege de opschorting van de verkoop en de daarmee samenhangende termijn alsmede de thans lopende gesprekken en de omstandigheid dat partijen afspraken hebben gemaakt over nader onderzoek naar de haalbaarheid van de suggesties van uw cliënt, ontbreekt voor dit moment het spoedeisend belang voor een kort geding. Het waterschap stelt daarom voor eventuele voorbereidingen voor het kort geding op te schorten. Om die reden leek het mij ook niet zinvol om nu verhinderdata op te geven.
(...)”
Het Waterschap heeft [eiser] bij e-mailbericht van 24 mei 2023 vervolgens het ontwerp-projectplan toegezonden en het daarbij behorende kaartmateriaal waarin de voorwaarden/eisen voor beheer en onderhoud van de perceelgedeelten [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] (DNZ) gelegen in de EVZ zijn vermeld. Het Waterschap heeft daarbij aangegeven graag in gesprek te gaan om de ideeën van [eiser] te bespreken. Daarbij heeft het Waterschap de volgende randvoorwaarden gesteld:
1. Het waterschap blijft ten alle tijden eigenaar van de A watergang ( [rivier] );
2. De natte zone (10 meter) direct grenzend aan de beek blijft in eigendom en beheer bij het waterschap;
3. Er zullen geen fysieke verbindingen in de vorm van bruggen of andere oversteek vormen toegestaan worden;
4. Op de watergang en de natte zone kan geen zakelijk recht gevestigd worden;
Op 7 juni 2023 heeft het Waterschap het ontwerp projectplan gepubliceerd.
[eiser] heeft het Waterschap op 19 juli 2023 een aangepast Inrichtingsvoorstel versie 2.0 toegezonden.
Het Waterschap heeft dit Inrichtingsvoorstel versie 2.0 beschouwd als een zienswijze op het ontwerp projectplan en zowel intern als extern laten beoordelen. Zowel de interne als de externe beoordeling leiden tot de conclusie dat het Inrichtingsvoorstel versie 2.0 van [eiser] niet voldoet aan het projectplan en de eisen voor beheer en onderhoud van percelen binnen de EVZ.
Bij nota van zienswijzen projectplan Waterwet EVZ [rivier] van 1 september 2023, heeft het Waterschap - onder meer - de door [eiser] ingediende zienswijze (het Inrichtingsvoorstel versie 2.0.) afgewezen.
Op 9 oktober 2023 (Waterschapsblad publicatienummer [nummer] ) heeft het Waterschap een kennisgeving gepubliceerd dat het dagelijks bestuur van Waterschap De Dommel in zijn vergadering van 3 oktober 2023 het definitief projectplan EVZ / NNZ [rivier] heeft aangenomen. Tegen het definitieve projectplan is geen beroep ingesteld.
Op 13 oktober 2023 (Waterschapsblad publicatienummer [nummer] ) heeft het Waterschap een aankondiging gepubliceerd van een voornemen tot het verkopen van diverse percelen. In de aankondiging is - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:
“Het waterschap is van mening dat bij voornoemde transactie geen openbare selectieprocedure vereist is, omdat in deze situatie bij voorbaat vaststaat althans redelijkerwijs mag worden aangenomen, dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria uitsluitend aspirant-koper in aanmerking kan komen voor aankoop van bovengenoemde percelen. De motivatie is als volgt:
1. Alleen aspirant-koper is in staat om de benodigde gronden voor de waterloop en de natuurvriendelijke oevers ter realisatie van het project ‘EVZ/NNZ [rivier] ’ aan waterschap te leveren. In ruil daarvoor worden bovengenoemde percelen van het waterschap aan aspirant-koper geleverd;
2. Aspirant-koper is bekend met de doelstellingen van het project ‘EVZ [rivier] ’. Bedoelde percelen worden aan aspirant-koper geleverd onder de voorwaarde dat deze beheerd en onderhouden moeten worden conform de eisen die het waterschap daaraan stelt conform het projectplan waterwet. Dit zal gebeuren tezamen met de aangrenzende eigendommen van aspirant-koper welke onderdeel uitmaken van ‘EVZ/NNZ [rivier] ’.”
De voorgenomen verkoop zoals aangekondigd op 13 oktober 2023 betreft de op 31 maart 2023 tussen het Waterschap en BL gesloten koop/ruilovereenkomst. Uit de door het Waterschap als prod. 17 overgelegde “ruilovereenkomst (met toegift)” volgt dat BL een viertal percelen in ruil afstaat aan het Waterschap en het Waterschap op haar beurt een 17 tal percelen in ruil afstaat aan BL, waarbij BL een toegift dient te betalen van € 30.870,00.
Bij brief van 24 oktober 2023 heeft de advocaat van [eiser] bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen verkoop/ruil van percelen als bedoeld in de aankondiging van 13 oktober 2023. [eiser] heeft het Waterschap daarbij verzocht om serieus te heroverwegen de gronden middels een selectieprocedure aan te bieden, zodat ook [eiser] kan meedingen naar de gronden. Daarbij heeft [eiser] - onder meer - aangegeven dat hij zich heeft neergelegd bij het definitieve projectplan, maar dat hij bereid en in staat is conform het projectplan het beheer en onderhoud te plegen van de betreffende percelen.
Het Waterschap heeft aan het verzoek van [eiser] om de betreffende percelen middels een selectieprocedure aan te bieden geen gehoor gegeven.
3 Het geschil
[eiser] vordert samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad
primair:
1. het Waterschap te verbieden verdere uitvoering te geven aan verkoop/ruiling van Transactie [transactienummer] conform de Aankondiging van 13 oktober 2023,
2. het Waterschap te gebieden om, voor zover zij nog tot verkoop over wenst te
gaan, een (openbare) selectieprocedure te organiseren zoals bedoeld in het Didam arrest van de Hoge Raad,
3. het Waterschap te veroordelen tot betaling van € 5.000,- per dag of gedeelte
daarvan dat zij met nakoming van het in deze te wijzen vonnis in gebreke blijft,
subsidiair:
elke andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter passend acht,
zowel primair als subsidiair:
het Waterschap te veroordelen in de proceskosten met inbegrip van de nakosten.
[eiser] legt daaraan - met een beroep op het Didam-arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, hierna te noemen het Didam-arrest - het volgende ten grondslag. In de gevolgde verkoopprocedure van de betreffende percelen wordt niet aan de uitgangspunten van het Didam-arrest voldaan. Anders dan het Waterschap stelt, is er in casu niet slechts 1 serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor de aankoop van de betreffende percelen. [eiser] is bereid en in staat aan de voorwaarden die gelden voor een EVZ te voldoen. De percelen van [eiser] zijn aangrenzend aan de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] en [eiser] beschikt over de juiste kwalificaties (Bosgroepen gecertificeerd) om het beheer en onderhoud conform de EFZ uit te voeren. Het Waterschap heeft niet aangetoond dat BL op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria de enige serieuze gegadigde is voor de verwerving van de betreffende percelen. Door de gronden al bij koopovereenkomst van 31 maart 2023 aan BL te ruilen/verkopen, zonder [eiser] in staat te stellen om deel te nemen aan een selectieprocedure ten aanzien van deze gronden, handelt het Waterschap in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Nu het Waterschap geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van [eiser] om de percelen middels een selectieprocedure aan te bieden, heeft [eiser] een spoedeisend belang bij de ingestelde vorderingen.
Het Waterschap voert gemotiveerd verweer.