Rechtbank Oost-Brabant, 04-10-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4575, 24/896
Rechtbank Oost-Brabant, 04-10-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4575, 24/896
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2024
- Datum publicatie
- 13 december 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:4575
- Zaaknummer
- 24/896
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering woning. Vergelijkingsmethode. Artikel 40 Wet WOZ (gegevensverstrekking in bezwaar) is niet van toepassing op in de uitspraak op bezwaar genoemde (aanvullende) onderbouwing. Of ondersteunend verkoopcijfer dat > 12 maanden na de wp-datum is gerealiseerd bruikbaar is kan in het midden blijven, omdat het niet als vergelijkingsobject in de waardematrix staat. Voldoende rekening gehouden met de toestand en ligging van de woning. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/896
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Heusden, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: F.E.M. van der Loop).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ1-waarde van eisers woning aan de [adres] in [woonplaats] (de woning) niet te hoog is.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning met de beschikking van 28 februari 2023 vastgesteld voor het kalenderjaar 2023 op € 558.000. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum waarbij ook de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) is bekend gemaakt.
Met de uitspraak op bezwaar van 18 december 2023 heeft de heffingsambtenaar de vastgestelde waarde gehandhaafd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar en vervolgens een aanvullend beroepschrift ingediend.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.