Rechtbank Oost-Brabant, 21-10-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4935, 24/193
Rechtbank Oost-Brabant, 21-10-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4935, 24/193
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2024
- Datum publicatie
- 13 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:4935
- Zaaknummer
- 24/193
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Woning en nabijgelegen garagebox terecht als afzonderlijke objecten afgebakend; geen samenstel. Waardering woning. Vergelijkingsmethode. Voldoende rekening gehouden met de verschillen. Eiser heeft de door hem gestelde matige toestand van de woning niet onderbouwd. Dat mocht wel van hem worden verwacht, temeer omdat zijn gemachtigde en de heffingsambtenaar werkafspraken over het aanleveren van fotomateriaal hebben gemaakt. Conform die afspraken heeft de heffingsambtenaar om fotomateriaal gevraagd, maar eiser heeft daarop niets geleverd. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/193
[naam] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Eersel, de heffingsambtenaar
(S.J.A. van Daelen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ1-waarde van eisers woning aan de [adres] in [woonplaats] (de woning) niet te hoog is.
De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 25 februari 2023 voor het kalenderjaar 2023 de waarde van de woning vastgesteld op € 328.000 en de waarde van de garagebox aan de [adres] in [woonplaats] (de garagebox) vastgesteld op € 14.000. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum waarbij ook de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) is bekend gemaakt.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de waarde van de woning (en de daarmee samenhangende aanslag OZB).
Met de uitspraak op bezwaar van 23 november 2023 heeft de heffingsambtenaar de vastgestelde waarde gehandhaafd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.