Home

Rechtbank Oost-Brabant, 25-10-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5039, 23/2344 en 24/24

Rechtbank Oost-Brabant, 25-10-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5039, 23/2344 en 24/24

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
25 oktober 2024
Datum publicatie
9 januari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2024:5039
Formele relaties
Zaaknummer
23/2344 en 24/24

Inhoudsindicatie

Verzoeken om inzage in de verwerking (artikel 15 AVG), verwijdering (artikel 17 AVG), rectificatie (artikel 16 AVG) en beperking van de verwerking (artikel 18 AVG) van persoonsgegevens in klachtdossier bij de deken. Einduitspraak na tussenuitspraak. De deken heeft gebruik gemaakt van gelegenheid gebrek te herstellen en heeft met toepassing van artikel 8:29 van de Awb de stukken over de klachtprocedure aan de rechtbank verstrekt. Gebrek op juiste wijze hersteld. Op documentniveau inzichtelijk gemaakt wat de verwerkingsdoeleinden zijn en per document de grondslag om de verstrekking van daarvan te beperken genoemd. Beroepen gegrond, rechtsgevolgen in stand gelaten.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 23/2344 en SHE 24/24 einduitspraak

[naam] , uit [woonplaats] , hierna: eiser

en

de deken van de Amsterdamse orde van advocaten, hierna: de deken

(gemachtigden: mr. S.M. de Waard en mr. A. Kamphuis).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank eisers beroepen tegen de bestreden besluiten van 4 augustus 2023 (SHE 23/2344) en 27 november 2023 (SHE 24/24) op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

1.1.

Met het eerste besluit is de deken gebleven bij de afwijzing van eisers verzoeken om inzage in de verwerking (artikel 15 AVG) en verwijdering van zijn persoonsgegevens (artikel 17 AVG) zoals vermeld in de besluiten van 2 mei 2023 en 28 april 2023. Met het tweede besluit is de deken gebleven bij de afwijzing van eisers verzoek om rectificatie (artikel 16 AVG) en de gedeeltelijke toewijzing1 van zijn verzoek om beperking van de verwerking (artikel 18 AVG) zoals vermeld in twee afzonderlijke besluiten van 4 augustus 2023.

1.2.

De rechtbank heeft de door eiser tegen de bestreden besluiten ingesteld beroepen op 28 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigden van de deken deelgenomen.

1.3.

Nadat de rechtbank het onderzoek ter zitting heeft gesloten heeft zij direct mondeling tussenuitspraak gedaan. Daarbij is de deken in de gelegenheid gesteld het door de rechtbank geconstateerde gebrek in de besluitvorming te herstellen en stukken te overleggen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de tussenuitspraak.2

1.4.

De deken heeft in reactie op de tussenuitspraak met een brief van 18 juli 2024 een aanvullende motivering gegeven. Ook is daarbij het klachtdossier van de deken en het klachtdossier dat aan de Raad van Discipline is gestuurd aan de rechtbank toegezonden en heeft de deken zich voor die klachtdossiers beroepen op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

1.5.

Op 13 augustus 2024 heeft de geheimhoudingskamer van deze rechtbank besloten dat voor de twee door de deken toegezonden klachtdossiers moet worden gehandeld alsof is besloten dat beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is en dat die klachtdossiers daarom niet aan eiser worden toegezonden. Desgevraagd heeft eiser in zijn brief van 26 september 2024 de rechtbank ongeclausuleerd toestemming verleend om de klachtdossiers die eiser niet kent bij de beoordeling van de beroepen te betrekken.

1.6.

Eiser heeft op de aanvullende motivering van de deken van18 juli 2024 met brieven van 16 augustus 2024, 11 september 2024 en 26 september 2024 gereageerd.

1.7.

De rechtbank heeft vervolgens met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, van de Awb bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek wordt gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Bent u het niet eens met deze uitspraak?