Rechtbank Oost-Brabant, 18-11-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5487, 24/190
Rechtbank Oost-Brabant, 18-11-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5487, 24/190
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 november 2024
- Datum publicatie
- 9 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:5487
- Zaaknummer
- 24/190
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting; Gelet op de antwoorden van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen is er geen ruimte voor de weging van persoonlijke omstandigheden van eiser en dat geldt ook voor de mate van verwijtbaarheid. De rechtbank kan niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/190
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, de heffingsambtenaar.
(gemachtigde: M. Sengers)
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.
De heffingsambtenaar heeft op 7 november 2023 aan [naam] B.V. een naheffingsaanslag parkeerbelasting (met aanslagnummer 9036472) opgelegd ter hoogte van € 75,50. Dit bedrag omvat € 2,60 aan parkeerbelasting en € 72,90 aan kosten naheffing.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze naheffingsaanslag.
Met de uitspraak op bezwaar van 4 december 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar de aanslag gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft zich van tevoren schriftelijk afgemeld.