Rechtbank Oost-Brabant, 21-11-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5587, 24/252
Rechtbank Oost-Brabant, 21-11-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5587, 24/252
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 november 2024
- Datum publicatie
- 21 januari 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2024:5587
- Zaaknummer
- 24/252
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Waardering van een verzorgings-/verpleeghuis. De heffingsambtenaar maakt op basis van de aankoopkosten van de oude aanwezige bebouwing, grotendeels gesloopt, inclusief grond, en de kosten van het nieuwbouwproject de waarde aannemelijk. Beroep is gegrond omdat uit ECLI:NL:HR:2024:1060 volgt dat eiseres terecht stelt dat voor de proceskostenvergoeding in bezwaar het tarief per punt hoger moet zijn en gelijk aan alle bestuursrechtelijke zaken.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/252
[eiseres] ., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Vught, de heffingsambtenaar
(gemachtigden: P.F. Sijben en E.J.A. van Meurs).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ1-waarde van de onroerende zaak aan de [adres] in [vestigingsplaats] (de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2023.
2. Met de beschikking van 25 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van het object [adres] in [vestigingsplaats] voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op
€ 3.154.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2022 naar de toestand op 1 januari 2023. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) eigenaar voor het kalenderjaar 2023 naar een grondslag van € 3.154.000 opgelegd.
3. Met de uitspraak op bezwaar van 7 december 2023 (de bestreden uitspraak), bekendgemaakt op 15 december 2024, heeft de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van het object voor het kalenderjaar 2023 gehandhaafd. Wel heeft de heffingsambtenaar de heffingsmaatstaf voor de OZB-eigenarenheffing gewijzigd van het niet-woningtarief naar het woningtarief. De OZB-aanslag is daarmee verminderd van € 8.547 naar € 2.926. Aan eiseres is een proceskostenvergoeding toegekend van € 888.
4. Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
5. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
6. Op 10 oktober 2024 heeft de rechtbank het beroep op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de kantoorgenote van de gemachtigde van eiseres, [naam] , bijgestaan door [naam] (taxateur) en de gemachtigden van de heffingsambtenaar.