Home

Rechtbank Oost-Brabant, 10-12-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:6364, C/01/408243 / KG ZA 24-507

Rechtbank Oost-Brabant, 10-12-2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:6364, C/01/408243 / KG ZA 24-507

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
10 december 2024
Datum publicatie
17 december 2024
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2024:6364
Zaaknummer
C/01/408243 / KG ZA 24-507

Inhoudsindicatie

Kort geding: Aanbesteding. Geschiktheidseisen, wijziging solvabiliteitseis, gunningssystematiek, vooringenomenheid en motivering van de gunningsbeslissing, beoordeling van de inschrijvingen. Vorderingen afgewezen.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/408243 / KG ZA 24-507

Vonnis in kort geding van 10 december 2024

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TWZ CONNECT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eisende partij in de hoofdzaak,

gedaagde partij in het incident,

hierna te noemen: TWZ,

advocaten: mrs. P.F.C. Heemskerk en M.L. Welling de Arruda,

tegen

de naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EINDHOVEN AIRPORT N.V.,

gevestigd te Eindhoven,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

gedaagde partij in het incident,

hierna te noemen: Eindhoven Airport,

advocaten: mrs. R. van Tricht en M.E. van Dam,

in welke zaak heeft verzocht te mogen interveniëren:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VIGGO EINDHOVEN AIRPORT B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres in het incident,

hierna te noemen: Viggo,

advocaat: mr. G.D. Bosman.

1 De procedure

1.1.

Het verloop blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 september 2024;

- de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 15 van 25 oktober 2024 van TWZ;

- de incidentele conclusie tot voeging c.q. tussenkomst van 31 oktober 2024 van Viggo met twee producties;

- de akte houdende overlegging aanvullende producties 16 tot en met 19 van 7 november 2024 van TWZ;

- de conclusie van antwoord van 8 november 2024 van Eindhoven Airport met producties 1 tot en met 3;

- de akte wijzing eis en overlegging producties 3 tot en met 7 van 11 november 2024 van Viggo;

- de akte houdende overlegging productie 4 van 11 november 2024 van Eindhoven Airport;

- de akte houdende overlegging producties 20 en 21 van 11 november 2024 van TWZ;- de mondelinge behandeling van 12 november 2024 te 13.30 uur.

1.2.

Bij aanvang van de inhoudelijke behandeling van het geschil is de vordering van Viggo om in het kort geding te mogen tussenkomen dan wel zich te voegen aan de orde gesteld. TWZ heeft verklaard zich niet te verzetten tegen de vordering tot tussenkomst dan wel voeging. Ook Eindhoven Airport heeft geen bezwaar gemaakt tegen de incidentele vordering van Viggo. De voorzieningenrechter heeft ter zitting de vordering tot tussenkomst van Viggo toegewezen.

1.3.

Vervolgens is overgegaan tot de inhoudelijke behandeling van het geschil waarbij TWZ, Eindhoven Airport en Viggo hun standpunten hebben toegelicht, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities.

1.4.

Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter vonnis bepaald op uiterlijk 10 december 2024.

2 De feiten

Oorspronkelijke aanbestedingsprocedure

2.1.

Op 27 februari 2024 heeft Eindhoven Airport de door haar georganiseerde Europese aanbestedingsprocedure ‘Dienstverlening Passenger Reduced Mobility (PRM) (hierna te noemen: de aanbestedingsprocedure) gepubliceerd. De aan te besteden opdracht betrof het verlenen van assistentie aan personen met beperkte mobiliteit die per vliegtuig reizen.

2.2.

Deze aanbestedingsprocedure is het vervolg op een eerdere aanbestedingsprocedure die Eindhoven Airport heeft georganiseerd. Op 29 maart 2023 heeft Eindhoven Airport de onderhandelingsprocedure met voorafgaande aankondiging voor (onder meer) ‘Dienstverlening Passenger Reduced Mobility (PRM)’ (hierna te noemen: de oorspronkelijke aanbestedingsprocedure) gepubliceerd. Gunning zou geschieden aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. TWZ had daar ook op ingeschreven; haar inschrijving op het onderdeel ‘Dienstverlening Passenger Reduced Mobility (PRM)’ werd aanvankelijk als economisch meest voordelig aangemerkt.

2.3.

Vanwege een vermeend beoordelingsgebrek heeft Eindhoven Airport haar voornemen om de opdracht aan TWZ te gunnen ingetrokken en besloten de inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen door een nieuwe beoordelingscommissie. Op basis van deze nieuwe beoordeling werd de inschrijving van de zittende dienstverlener, Viggo, als economisch meest voordelige inschrijving aangemerkt en heeft Eindhoven Airport het voornemen bekend gemaakt om de opdracht aan Viggo te gunnen.

2.4.

Tegen dat voornemen is TWZ opgekomen in kort geding bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank; bij vonnis van 15 november 2023 is Eindhoven Airport is veroordeeld tot het intrekken van de gunningsbeslissing en om, ingeval zij de opdracht nog wenst te vergeven, over te gaan tot heraanbesteding.

Het onderhavige kort geding heeft betrekking op deze heraanbesteding.

Gunningsmethodiek

2.5.

Deze (tweede) aanbestedingsprocedure heeft (wederom) als doel het selecteren van een opdrachtnemer die PRM-dienstverlening voor Eindhoven Airport zal gaan uitvoeren (hierna ook te noemen: de opdracht). De wijze waarop de opdracht wordt gegund is beschreven in de uitnodiging tot inschrijving van 27 februari 2024 (hierna te noemen: de uitnodiging tot inschrijving of kortweg Uti).

2.6.

De opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving op basis van het gunningscriterium beste prijs-kwaliteitverhouding. Inschrijvers kunnen maximaal 100 punten voor prijs en 100 punten voor kwaliteit behalen, waarbij de punten voor de inschrijfprijs voor 40% meewegen in de eindbeoordeling en de punten voor de kwaliteit van de inschrijving voor 60%. De opdracht wordt gewonnen door de inschrijver met de aldus behaalde hoogste (totaal-)score.

2.7.

De kwaliteit van de inschrijving wordt getoetst aan de hand van vier subgunningscriteria, te weten:

-

GC 2 Plan van aanpak uitvoering dienstverlening;

-

GC 3 Plan van aanpak transitie;

-

GC 4 Projectmanagementplan en HR;

-

GC 5 Presentatie.

Daarbij wordt ieder subgunningscriterium op zichzelf staand (absoluut) beoordeeld; voor iedere subgunningscriterium is bepaald wat het maximaal te behalen aantal punten is. Per gunningscriterium is aangegeven welke onderdelen minimaal moeten worden uitgewerkt.

2.8.

De inschrijver krijgt voor ieder subgunningscriterium een beoordeling gelegen tussen “uitstekend” en “slecht” en op basis van die beoordeling gehonoreerd met een met die kwalificatie corresponderende (punten)score.

Uitstekend: naar het oordeel van de beoordelingscommissie gaat de beschrijving inhoudelijk uitstekend in op de gevraagde elementen en onderwerpen en/of wordt in de beschrijving boven verwachting rekening gehouden met en aangesloten op de vraag (doelstelling, eisen en wensen) van Aanbesteder, zodanig dat Inschrijver zichzelf onderscheidt t.o.v. andere inschrijvingen en weet de Inschrijver de Aanbesteder te verrassen

100% van de maximaal te behalen punten

Goed: naar het oordeel van de beoordelingscommissie gaat de beschrijving inhoudelijk goed in op de gevraagde elementen en onderwerpen en/of wordt in de beschrijving volledig rekening gehouden met en aangesloten op de vraag (doelstelling, eisen en wensen) van Aanbesteder. Inschrijver weet middels volledige en consistente onderbouwing de Aanbesteder het volledige vertrouwen te geven in een kwalitatieve en betrouwbare uitvoering van deze werkzaamheden door Inschrijver en de beschrijving komen overeen conform hetgeen verwacht mag worden, onderbouwd met aantoonbare resultaten

75% van de maximaal te behalen punten

Voldoende: naar het oordeel van de beoordelingscommissie gaat de beschrijving inhoudelijk in op de gevraagde elementen en onderwerpen, en wordt in de beschrijving in voldoende mate rekening gehouden met en aangesloten op de vraag (doelstelling, eisen en wensen) van Aanbesteder. Inschrijver weet middels een onderbouwing de Aanbesteder voldoende vertrouwen te geven in een kwalitatieve en betrouwbare uitvoering van deze werkzaamheden door Inschrijver en de beschrijving komt in ruime mate overeen conform hetgeen verwacht mag worden, onderbouwd met resultaten.

50% van de maximaal te behalen punten

Matig: naar het oordeel van de beoordelingscommissie gaat de beschrijving beperkt inhoudelijk in op de gevraagde elementen en onderwerpen en/of wordt in de beschrijving beperkt rekening gehouden met en aangesloten op de vraag (doelstelling, eisen en wensen) van Aanbesteder. De beschrijving voldoet gedeeltelijk aan de verwachting van de Aanbesteder en geeft beperkt vertrouwen in een kwalitatieve en betrouwbare uitvoering.

25% van de maximaal te behalen punten

Slecht: naar het oordeel van de beoordelingscommissie gaat de beschrijving niet of onvoldoende in op de gevraagde elementen en onderwerpen en/of wordt in de beschrijving geen rekening gehouden met en aangesloten op de vraag (doelstelling, eisen en wensen) van Aanbesteder. De beschrijving voldoet niet of onvoldoende aan de verwachting van de Aanbesteder en geeft geen vertrouwen in een kwalitatieve en betrouwbare uitvoering.

0% van de maximaal te behalen punten

2.9.

In de uitnodiging tot inschrijving is bepaald dat een inschrijving terzijde wordt gelegd en wordt uitgesloten wanneer op één subgunningscriterium matig (25%) of slecht (0%) wordt gescoord dan wel indien op twee subgunningscriteria voldoende (50%) wordt gescoord.

2.10.

In de tweede nota van inlichtingen is hierover het volgende aan de orde gekomen:

Vraag: De huidige aanbesteding is het gevolg van een door een gegadigde gevoerd kort geding, waarin de opgeworpen bezwaren zijn gehonoreerd. Aan deze bezwaren lag onder meer ten grondslag de vrees dat mogelijk zou worden voorgesorteerd op een beoogde uitkomst van de aanbesteding door de wijze van herbeoordelen. Aanbesteder kan zich met het oog hierop wellicht voorstellen dat het voor deelnemers aan deze (her)aanbesteding cruciaal is dat zij het vertrouwen hebben dat zij een faire kans hebben de opdracht te winnen. Dat vertrouwen ontlenen zij in de huidige opzet niet aan het voorliggende gunningsmodel, dat in feite concurrentie onmogelijk maakt doordat concurrentie op prijs tot een minimum wordt beperkt, terwijl tegelijkertijd op kwaliteit een zodanige hoge drempel is ingevoegd dat minst genomen in theorie niet de economisch meest voordelige inschrijving wordt geselecteerd. Doordat niet per se de beste prijs kwaliteit verhouding wordt geselecteerd, is het criterium ook niet rechtmatig (vgl. HvJ EU 4 december 2003, T 402/06, ECLI:EU:T:2013:445, r.o.v. 76-77 (Spanje/Commissie); en Commissie van Aanbestedingsexperts, Advies 659, r.o.v. 4.8.2-4.8.3). Gegadigde licht dat toe. (...). In deze situatie voldoet de systematiek niet aan dit basale uitgangspunt. Immers, gegadigden die een geldige bieding doen (die voldoet aan het programma van eisen) en ook een geldig plan van aanpak indienen, komen niet voor gunning in aanmerking (ook niet als zij gegeven de score voor hun plan in combinatie met de geboden prijs eigenlijk de winnaar zouden zijn) als zij met hun plan ten minste op meer dan één (sub)gunningscriterium lager dan een ‘goed’ scoren. Daarmee is, ook volgens vaste Nederlandse jurisprudentie (...) de gunningssystematiek onhoudbaar.

In aanvulling hierop merkt gegadigde op dat de opgeworpen drempel ook onbegrijpelijk is. (...) Er bestaat vanuit die gedachte ook helemaal geen praktische aanleiding te veronderstellen dat met een plan dat een matig of een voldoende scoort helemaal niet gewerkt zou moeten kunnen worden.

Met het oog hierop verzoekt gegadigde aanbesteder de gunningssystematiek aan te passen, aldus dat de ingebouwde drempels komen te vervallen en gegund wordt aan de inschrijvende partij met de overall beste prijs kwaliteit verhouding. De vraag kunt u opvatten als een formeel bezwaar. Als u ons verzoek niet honoreert, kunt u die afwijzing dan motiveren in het licht van genoemde jurisprudentie?

Antwoord:

In de Uti is opgenomen dat een inschrijving zal worden uitgesloten als op meer dan een van de vier kwaliteitscriteria lager dan een goed is gescoord. In het door u gegeven voorbeeld zou de eerstgenoemde inschrijver wel winnen omdat er geen uitsluiting volgt. Om de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMV) te krijgen is gekozen voor de beste prijs-kwaliteitverhouding (BPKV). Opdrachtgever heeft daarbij rekening gehouden met het proportionaliteitsbeginsel uit art. 1.10 Aw. (...) Bovendien is en blijft er sprake van een synthetische wijze van beoordelen. (...) Gelet op al het voorgaande zal Opdrachtgever dan ook niet aan uw verzoek tegemoetkomen.

Wijziging geschiktheidseis

2.11.

In de uitnodiging tot inschrijving is initieel geschiktheidseis MG 1 opgenomen, inhoudende dat de inschrijvers een solvabiliteit van minimaal 0,25 moeten hebben. In de eerste nota van inlichtingen is daarover het volgende opgenomen:

Vraag: Er is volgens deze paragraaf sprake van een solvabiliteitseis van 25%. Kan Opdrachtgever uitleggen waarom een solvabiliteitseis van 25% wordt gehanteerd in relatie tot de branche waar de dienstverlening conform de tender betrekking op heeft? Waarom is een solvabiliteitspercentage van 15% niet toereikend?

Antwoord: Een gezonde solvabiliteit is afhankelijk van de branche. In het algemeen wordt een percentage van tussen de 20% en 40% als acceptabel beschouwd. EANV verneemt graag in de volgende nota waarom afgeweken dient te worden van dit percentage.

2.12.

In de tweede nota van inlichtingen is de geschiktheidseis naar aanleiding van een daarover gestelde vraag versoepeld naar 0,20. In die nota van inlichtingen is daarover het volgende opgenomen:

Vraag:

Vanuit oogpunt van de Opdrachtnemer is de branche waarin de Tender wordt uitgeschreven, namelijk ‘luchtvaart’, sprake geweest van moeilijke jaren door COVID-19. De overheid heeft hier middels NOW hulp geboden. Echter was de tegemoetkoming maximaal 90%, waardoor ieder bedrijf in deze branche heeft moeten interen op hun vermogen. Daarnaast is de luchtvaartsector sterk aangetrokken in 2022, wat flinke investeringen (training personeel, extra recruitment) heeft gevraagd van ondernemingen om weer op het oude niveau te kunnen acteren, wat extra kosten met zich mee heeft gebracht. Dit werd ook zichtbaar op de luchthavens door de lange rijen bij o.a. de beveiliging. Op grond hiervan is Opdrachtnemer van mening dat een solvabiliteit van 15%-20% voldoende is. Is Opdrachtgever akkoord met een solvabiliteitspercentage van 15%?

Antwoord:

Opdrachtgever zal de uitgevraagde solvabiliteitsratio van 0,25 naar 0,20 verlagen, gelet op het algemene gemiddelde in combinatie met het proportionaliteitsbeginsel. Verdere verlaging zal niet plaatsvinden omdat er geen branchespecifieke solvabiliteitsratio voorhanden is.

2.13.

Voorts is in de tweede nota van inlichtingen in vraag en antwoord 54 de wijze waarop de inschrijver diende aan te tonen dat aan voornoemde eis werd voldaan aan bod gekomen:

“Uit Boek 2 Burgerlijk Wetboek volgt dat een jaarrekening voor een rechtspersoon binnen 5 of 6 maanden na afloop van het boekjaar dient te zijn opgemaakt. Het is voldoende om de over boekjaar 2022 en 2023 opgemaakte jaarrekening te overleggen (indien inschrijver nog niet beschikt over een ondertekende, vastgestelde of openbaar gemaakte jaarrekening over het boekjaar 2022 en/of 2023). Indien Inschrijver bij de uiterlijke indieningstermijn van de inschrijving op 31 mei 2024 nog niet beschikt over een opgemaakte jaarrekening over boekjaar 2023 kan Inschrijver volstaan met overlegging van een jaarrekening over de boekjaren 2021 en 2022, met overlegging van de motivering en het besluit van de algemene vergadering die maken dat nog geen jaarrekening (door bijzondere omstandigheden) binnen de wettelijke termijn is opgemaakt.”

Gunning van de opdracht

2.14.

Er hebben drie inschrijvers ingeschreven op de aanbestedingsprocedure, waaronder TWZ en Viggo.

2.15.

Bij brief van 29 augustus 2024 heeft Eindhoven Airport aan TWZ laten weten dat zij voornemens is de opdracht aan Viggo te gunnen. Diezelfde dag heeft Eindhoven Airport Viggo bericht dat zij voornemens is de opdracht aan haar te gunnen.

2.15.1.

In de brief is aangegeven dat de inschrijving van TWZ niet de hoogste totaalscore heeft behaald en daarom niet wordt aangemerkt als de inschrijving met de Beste Prijs Kwaliteit Verhouding. Voorts is aangegeven dat de inschrijving van TWZ ten opzichte van de andere inschrijvingen op de tweede plaats is geëindigd, waarbij haar inschrijving een eindscore heeft behaald van 64 punten en de winnende inschrijving (die van Viggo) een eindscore heeft behaald van 78,5 punten.

Uw inschrijving Winnende inschrijving

Prijs 40%

40

32,4

Kwaliteit 60%

24

46,1

TOTAALPUNTEN afgerond op 1 cijfer achter de komma (prijs 40% - kwaliteit 60%)

64

78,5

2.15.2.

In de brief is ten aanzien van het gunningscriterium prijs (GC 1) het volgende opgemerkt:

“Met uw inschrijfprijs van [inschrijfprijs] heeft u de hoogste score behaald voor het gunningscriterium Prijs. Uiteindelijk is er een score behaald van de volledige 40 punten voor het gunningscriterium Prijs, u heeft de laagste inschrijfprijs ingediend.”

Max. punten Uw inschrijving Winnende inschrijving

Totaalscore punten prijs

40

40

32,4

2.15.3.

In de brief is ten aanzien van het gunningscriterium kwaliteit (GC 2, GC 3, GC 4 en GC 5)) het volgende opgemerkt:

“De score die u heeft behaald op de subgunningscriteria GC 2, GC 3, GC 4 en GC 5 ziet er ten opzichte van de winnende inschrijving als volgt uit:

Max. punten Uw inschrijving Winnende inschrijving

GC 2 Uitvoering dienstverlening

40

10

30

GC 3 Transitie

10

5

10

GC 4 Projectmanagementplan en HR

35

17,5

26,25

GC 5 Presentatie

15

7,5

10,5

Totaalscore punten kwaliteit

100

40

76,75

Kwaliteit is 60%

60

24

46,1

2.15.4.

In de toelichting op het gunningscriterium Kwaliteit is in de brief – voor zover hier van belang – nog het volgende opgenomen:

“GC 2 Uitvoering dienstverlening

Aan het plan van aanpak met betrekking tot de uitvoering van de dienstverlening zijn door de beoordelingscommissie 10 punten toegekend omdat dit plan met een matig is beoordeeld. (...) De beoordelingscommissie is niet overtuigd door het organigram waarbij onduidelijk lijkt wie de algemeen manager is en wie waarvoor (in de dagelijkse gang van zaken) (eind)verantwoordelijk is.

De voorgestelde ambulift betreft een type die meer afhandeltijd zal kosten ten opzichte van bijvoorbeeld de Bulmor Sidebull als gevolg van de draaicirkel, hetgeen de beoordelingscommissie eveneens een beperkt vertrouwen geeft dat inschrijver kritische factoren doorziet.

De andere 2 inschrijvingen hebben daarentegen meer onderzoek verricht naar de specifieke eigenschappen van de afhandeling van PRM op een luchthaven en deze uitvoerbaarheid werd door de beoordelingscommissie als realistisch(er) beschouwd, hetgeen op diverse gevraagde elementen en onderwerpen inhoudelijk is onderbouwd met resultaten van concrete (voor een luchthaven relevante) praktijkvoorbeelden.

GC 3 Transitie

Dit plan heeft de beoordelingscommissie beoordeeld met een voldoende, waarbij de beschrijving voldoende inhoudelijk ingaat op de gevraagde elementen en onderwerpen. Ondanks dat verantwoordelijke(n)/betrokkenen met betrekking tot de uitvoering van deze opdracht nog niet bekend lijken te zijn, heeft de beoordelingscommissie voldoende vertrouwen in een kwalitatieve en betrouwbare uitvoering van deze werkzaamheden door inschrijver, waarbij inschrijver veel ervaring heeft met overnames.

De winnende inschrijving heeft een ‘uitstekend’ gescoord op dit onderdeel, daar dit onderdeel onderscheidende elementen bevatte en de beoordelingscommissie werd verrast. Hierbij worden medewerkers ook tijdig getraind zodat de nieuwe verrassende werkwijze en contractuele afspraken in de praktijk worden geïmplementeerd.

GC 4 Projectmanagementplan en HR Het projectmanagementplan werd eveneens met een voldoende beoordeeld. Het wervingsplan is ten opzichte van de andere inschrijvingen wat oppervlakkig beschreven waarbij de andere inschrijvingen vooral zijn ingegaan op het risico rondom een krappe arbeidsmarkt in deze regio. (...).

Inschrijver heeft onder andere beschreven dat er kantoormedewerkers ingezet kunnen worden op “PRM” piekmomenten. Dit is in het algemeen niet gewenst, daarnaast zijn risico’s voor het weekend (of feestdagen) niet beschouwd. Al met al heeft de beoordelingscommissie voldoende vertrouwen gekregen, met name in de onderbouwing rondom verschillende andere elementen zoals de drie zelf geïdentificeerde belangrijkste risico’s ten aanzien van de uitvoering van deze dienstverlening, het gebruik van een realtime dashboard, de implementatie rondom het WPBL en de omschrijving van heldere communicatielijnen.

De winnende inschrijving heeft een ‘goed’ toegekend gekregen vanuit de beoordelingscommissie, daar de betreffende inschrijver middels volledige en consistente onderbouwing de aanbesteder het volledige vertrouwen geeft en de beschrijving overeenkomt conform hetgeen verwacht mag worden, onderbouwd met aantoonbare resultaten.

GC 5 Presentatie

De presentatie is uiteindelijk ook beoordeeld met een voldoende. Het betrof een duidelijke presentatie waarbij meer inzicht werd gegeven over de werking van een PRM-buddy en realtime data. Er werd bevestigd dat de operationeel manager nog niet bekend is en dat het kantoor te Eindhoven, dat een back-up plan is, er nog niet is.

Ten aanzien van de inzet van stagiaires leek inschrijver zich niet bewust van het feit dat het inzetten van stagiaires als volwaardig medewerker onder de aandacht is bij de Arbeidsinspectie, dit heeft onlangs bij een luchtvaartmaatschappij geleid tot een boete (...). Hierdoor blijft het onzeker of kan worden voldaan aan voldoende personeelscapaciteit. (...). De Arbeidsinspectie heeft in gesprekken duidelijk gemaakt dat tijdens de stages van studenten het leeraspect centraal moet staan. Werkgevers mogen deze stagiairs niet als volwaardig werknemer inzetten.

Naar het oordeel van de beoordelingscommissie is er tijdens de presentatie weinig verbinding gezocht met (de passagiers van) Eindhoven Airport). Digitalisering en automatisering zijn van wezenlijk belang, maar de (fysieke) verbinding met de operatie op Eindhoven Airport en specifiek het menselijk contact met uiteenlopende PRM in een luchthavenomgeving leek daarbij uit het oog verloren te worden.

De beoordelingscommissie kent, als gevolg van de consensusmeeting waarbij één beoordelaar een individuele score van een matig had toegekend aan deze presentatie, toch een voldoende toe aan de presentatie; het geeft voldoende vertrouwen. De andere inschrijvingen gaven echter wel de beoordelingscommissie het volledige vertrouwen, waardoor deze presentaties met een goed zijn beoordeeld.”

3 Het geschil

In de hoofdzaak:

3.1.

TWZ vordert – samengevat – bij vonnis in kort geding voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

  1. Eindhoven Airport te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken;

  2. Eindhoven Airport te gebieden, voor zover Eindhoven Airport de opdracht nog wenst te vergeven, de opdracht opnieuw aan te besteden en een publicatie daartoe te doen uitgaan binnen acht weken na dit te wijzen vonnis, en

  3. Eindhoven Airport te gebieden afdoende waarborgen in te bouwen op basis waarvan de onpartijdigheid van de beoordeling afdoende zal zijn geborgd,

Subsidiair:

4. Eindhoven Airport te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken, en

5. Eindhoven Airport te gebieden alle inschrijvingen te laten herbeoordelen door een nieuw te benoemen, objectieve beoordelingscommissie met inachtneming van het bepaalde in dit vonnis, en

6. Eindhoven Airport te gebieden afdoende waarborgen in te bouwen op basis waarvan de onpartijdigheid van de beoordeling afdoende zal zijn geborgd,

Meer subsidiair:

7. Eindhoven Airport te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken, en

8. Eindhoven Airport te gebieden, voor zover Eindhoven Airport de opdracht nog wenst te vergeven, een nieuwe deugdelijk gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen met inachtneming van het bepaalde in dit vonnis, en daarbij vervolgens opnieuw de opschortende termijn in acht te nemen zoals bepaald in artikel 2.127 Aw, en

9. Een andere maatregel te treffen als in goede justitie te bepalen,

In alle gevallen:

10. Alles op straffe van een aan Eindhoven Airport te verbeuren dwangsom van

€ 10.000,-- per dag met een maximum van € 1.000.000,--;

11. Alsmede Eindhoven Airport te veroordelen in de kosten, nakosten en wettelijke rente.

3.2.

TWZ legt aan de vordering – zakelijk weergegeven – ten grondslag dat de aanbestedingsprocedure wezenlijk is gewijzigd en dat de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd en bovendien blijk geeft van een onjuiste en bevooroordeelde beoordeling. Deze gebreken kunnen volgens TWZ enkel worden gerepareerd met een heraanbesteding van de opdracht, subsidiair een herbeoordeling van alle inschrijvingen door een nieuwe, onafhankelijke en onpartijdige beoordelingscommissie en meer subsidiair een nieuwe gunningsbeslissing met een deugdelijke(r) motivering. Tijdens de mondelinge behandeling heeft TWZ daar – in reactie op de door Viggo overgelegde producties – nog aan toegevoegd dat de financiële situatie van Viggo blijkens de door haar gepresenteerde stukken volstrekt schimmig is en dat het er alle schijn van heeft dat Viggo helemaal niet voldoet aan de geschiktheidseis en ook niet aan de financiële en economische draagkracht.

Tot slot heeft TWZ daar nog aan toegevoegd dat de inschrijving van Viggo terzijde had moeten worden gelegd omdat het er op lijkt dat haar een boete is opgelegd door de Arbeidsinspectie; als zij dit niet heeft gemeld kwalificeert dat niet alleen als een ernstige fout, maar is ook sprake van een valse verklaring.

3.3.

Eindhoven Airport voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In de tussenkomst/voeging:

3.5.

Viggo heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van TWZ in haar vordering, dan wel tot afwijzing van de vorderingen en voorts Eindhoven Airport te gebieden de opdracht (indien zij deze wenst te vergeven) te gunnen aan Viggo met veroordeling van TWZ in de kosten van de procedure in het incident en in de hoofdzaak, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.

3.6.

Viggo heeft aan haar vorderingen – zakelijk weergegeven – primair ten grondslag gelegd dat de inschrijving van Viggo voldoet aan het gestelde in de uitnodiging tot inschrijving en de overige aanbestedingsstukken, waaronder ook aan de geschiktheidseisen, dat geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn en dat haar inschrijving op goede gronden als economisch meest voordelige inschrijving is bestempeld in het voorlopige gunningsvoornemen. Indien Eindhoven Airport de opdracht nog wenst te vergeven dan dient deze aan Viggo te worden gegund.

4 De beoordeling

5 De beslissing